Latest Posts

Vereniging Ons Suriname wordt uitgesloten van jaarlijkse Dodenherdenking.

Gisteren beweerden Telegraaf ‘journalist’ Wierd Duk en DWDD ‘expert’ Sywert van Lienden op Twitter dat troepen uit de voormalige koloniale gebieden niet hebben gevochten om Europa van de Nazi’s te bevrijden. Met als gevolg dat deze mensen dus niet herdacht moeten worden volgens hen op 4 mei. Vandaag ontving ik een bericht dat het verband tussen de Tweede Wereldoorlog en het slavernijverleden volgens de KNSM Dodenherdenking niet gemaakt mag worden. De Kroonvaarders, de verenging van ex medewerkers en opvarenden van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij, probeert Vereniging Ons Suriname te muilkorven tijdens de Amsterdamse Dodenherdenking op 4 mei.  Read More

De vereniging trekt al 20 jaar samen op met de Kroonvaarders, de verenging van ex medewerkers en opvarenden van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij, voor de dodenherdenking.  De KNSM werd namelijk door de geallieerde ingezet voor de bevoorrading van haar troepen en verloor tijdens de oorlog een derde van haar schepen en bemanningsleden, waaronder ook Surinaamse, Antilliaanse en Chinese. Tot 2006 ontbraken deze bemanningsleden op het voor de gesneuvelde KNSM’ers opgerichte monument totdat de proteststemmen tegen deze schoffering steun kregen van Wim Wessels, die bezig was met de oorlogsgeschiedenis van de KNSM. Tegen de Surinaamse krant De Waterkant zei Wessels dat deze schoffering “bij de koloniale tijd van de KNSM” hoorden.

Nu heeft de Kroonvaarders de Vereniging Ons Suriname op 16 januari in een brief verboden om tijdens haar bijdrage aan de herdenking te verwijzen naar het koloniaal en slavernijverleden van Nederland. Ze willen niet dat we eraan herinnerd worden dat de KNSM in 1856 werd opgericht, voor de afschaffing van de slavernij met een raad van commissarissen uit onder andere de bankenwereld en andere ondernemingen. Wat die ondernemingen waren blijven ongenoemd in de archieven, maar we kunnen een gokje wagen hoe men zoveel geld had kunnen vergaren om in rederijen te investeren. Ze willen ook niet dat we eraan herinnerd worden dat de KNSM tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ingezet om de geallieerden onder andere vanuit de toenmalige kolonies Suriname en de Antillen te bevoorraden. Dat niet willen noemen is niet alleen onfatsoenlijk maar gewoonweg geschiedenisvervalsing.

Er volgde een telefonische excuses aan Vereniging Ons Suriname na bemiddeling van het 4 & 5 Mei Comié met ook het bericht dat de correspondentie van januari als niet verzonden gezien mocht worden. Nu blijkt dat dat echter niet het geval is en dat de Kroonvaarders nog in de koloniale tijd van de KNSM verkeren. Vereniging Ons Suriname is alsnog censuur opgelegd en verteld om in hun bijdrage geen woord te reppen over het Nederlands slavernij en koloniaal verleden. In feite wordt het hen onmogelijk gemaakt om hun bijdrage aan de herdenking naar eer en geweten in te vullen.

De Vereniging Ons Suriname heeft geweigerd en doet niet mee aan de geschiedenisvervalsing die de Kroonvaarders en het 4 & 5 Mei Comié willen plegen. Zie hieronder het volledige bericht van Vereniging Ons Suriname:

Na meer dan 20 jaar te zijn opgetrokken met de vereniging van ex-KNSM-ers, de Kroonvaarders, bij de Dodenherdenking wordt de Vereniging Ons Suriname (VOS) uitgesloten van de komende Dodenherdenking die jaarlijks op 4 mei wordt georganiseerd. Zonder enige aanwijsbare aanleiding kreeg Ons Suriname op 16 januari 2016 van de Kroonvaarders een dictaat toegestuurd. De Kroonvaarders schreef letterlijk dat in de jaarlijkse toespraak die ter ere van de Dodenherdenking wordt georganiseerd: ’…Enige hint of zinsformulering naar het slavernij verleden of aanverwante zaken vermeden dient te worden…’

Mede door de ongelooflijk grote inzet van de mensen op de koopvaardijschepen kon het fascisme verslagen worden in de Tweede Wereldoorlog en leven wij anno 2018 in een vrij land. Onder de moedige mensen die hun leven hebben gegeven tijdens de oorlog waren vele Surinaamse en Antilliaanse zeevarenden. Als gevolg van de overwinning hebben wij de samenleving ingericht zoals wij die vandaag kennen. Door deze geschiedenis gezamenlijk te herdenken proberen wij te voorkomen dat de donkere dagen van ’40 – ’45 zich zullen herhalen. We hebben daarom verschillende rechten en plichten verankerd in de Grondwet; één van die rechten – het recht op vrije meningsuiting – is gegoten in art. 7.
Vereniging Ons Suriname heeft de Kroonvaarders laten weten dat wij het recht op vrije meningsuiting, – om te mogen zeggen wat wij willen – een principieel aspect van de Dodenherdenking vinden en dat als ze bij hun standpunt bleven een gezamenlijke herdenking niet (meer) mogelijk zou zijn.

Na bemiddeling van het 4 &5 Mei Comité kregen wij telefonische excuses en het verzoek om hetgeen per mail was verstuurd naar ons te beschouwen als nooit te zijn verstuurd. Er zou nog een excuusbrief gestuurd worden. Dat is echter nooit gebeurd.

VOS heeft wederom de raad en advies van het 4 &5 Mei Comité ingezet. Dit heeft echter niet geleid tot een bevredigende oplossing. Een gezamenlijke herdenking is onder deze omstandigheden onmogelijk. In de context van de maatschappelijke discussie rondom de Dodenherdenking is de houding van de Kroonvaarders niet alleen krenkend, onfatsoenlijk, en respectloos naar onze organisatie, ze doet ook totale afbreuk aan de geest van de Dodenherdenking. Door VOS te verbieden naar de geschiedenis van slavernij te verwijzen plegen de Kroonvaarders een vorm van censuur. Dit zullen we nooit accepteren. Ons Suriname zal daarom dit jaar niet meedoen aan de 4 mei Herdenking in de Kompaszaal te Amsterdam.

Wij betreuren dat vooral voor de trouwe deelnemers wiens familie uit Suriname of de Antillen op het monument staan en die uit heel Nederland komen.

Foto: 1000zen 4 mei via photopin (license)

Update 6 mei: Sywert van Lienden heeft contact opgenomen en aangegeven dat zijn tweets niet zo bedoeld waren als hierboven beschreven. Over de uitsluiting van de Vereniging Ons Suriname van de KNSM Dodeherdenking door de Kroonvaarders, die ongemakkelijk werden door de feitelijke link tussen de KNSM en het Nederlandse slavernijverleden, zei hij echter niks. 

The mold on our tiles

I was asked to participate in a workshop at Spui 25 today with Nigerian American writer, art historian and photographer Teju Cole. This was my column.
Read More

I want to start by thanking Ebbisé Rouw and Johannes Kapteijn for putting Fiep van Bodegom, the producer of today’s event, in contact with me. When talking about black intellectual output in whichever context, be that national, international, cultural, social, artistic, athletic or political, we are rarely reminded of the infrastructure that makes that possible. In that sense Ebissé, Johannes and Fiep are part of an emerging Dutch infrastructure that pushes to make space available for troublemakers like myself.

The shoulders of giants

I say troublemakers because the idea of black intellectual rigor in the Netherlands was up until a few years ago seemingly destined to forever be the domain of the troublemakers. The domain of the black, migrant and refugee women who in 1983 during a feminist conference in Nijmegen stood up and demanded that their knowledge not be summarily dismissed. The domain of Barryl Biekman whose tireless and passionate advocacy for people of African descent has resulted in the national monument for the commemoration of the abolition of slavery and the acknowledgement by the Netherlands of the UN decade of People of African Descent. The domain of professor Philomena Essed whose seminal research in the 1980’s on the racism that middle class Afro Surinamese women in the Netherlands and middle class African American women in the United States of America encounter on a daily basis.

The term she coined for that normalized daily onslaught of racist slights, put downs, ridicule and abuse that seems to be ingrained in US and Dutch culture was ‘everyday racism’. A term which continues to rankle the Dutch intellectual elite from left to right to this very day. That the same Dutch intellectual elite has now been seen to sniff around professor Gloria Wekker’s latest book White Innocence, but not actually sincerely engaging with it, illustrates the gains and losses of what we have to deal with. Wekker’s work has been picked up by the mainstream but is still not viewed on its own terms. She’s been ridiculed and in a mainstream political talk show was reduced from having a solo interview into debating a female junior city council member of Amsterdam with a migrant background about racism.

Freudian slips

The reason why I briefly sketch the situation in which Teju Cole’s reading and lecture is taking place is because it’s necessary for us all to understand the infrastructure that he is being placed in with his work. A noteworthy literary engagement with Cole’s work is the discourse in which he is included within the pages of the Groene Amsterdammer. A weekly magazine which identifies itself as progressive despite having had some of the most islamophobic and hate filled public figures in Dutch journalism having worked there. Cole was first noticed by them in 2012 and has been mentioned positively in various articles since. In 2014 Cole’s then eight month old essay in The Atlantic on James Baldwin was translated and published in the same period as black emancipation in the Netherlands was being denied through municipal regulations and national supreme courts.

Of course there is something to be said of the need to look outside your own shores for understanding what’s going on within the confines of your country, but here Cole’s work was used as a reminder of how much worse others had it. A reminder that the black voices in the Netherlands were being ungrateful. It was also a way to critique the supposed absence of black intellectual thought in the Netherlands that could as eloquently reflect on our situation and place in history as Cole did in that essay. When Black Lives Matter for example rose up from the daily terror black people in the US encounter it was gobbled up by the Dutch intellectual left as a cause that was more worthwhile than what was going on here. For example one of the editors of the Groene Amsterdammer who has a history of producing glowing reviews about foreign black writers, decided this summer to publish an essay in the magazine in which he took offense to how in the Netherlands white men are now being held to account for racism.

It can thus be said that Cole’s work was disparagingly utilized to counter the voices of the troublemakers who are emerging. In the translation of Cole’s essay the magazine also continued the long Dutch tradition of racializing people who benefit from white supremacist systems as ‘blank’, which is defined as without stain, pure and fair.* It’s a Freudian slip that the Amsterdam University Press for instance did not make when translating Ta-Nehisi Coates’ Between the World and Me this year.

Platforms and infrastructure

The embrace of the work by Cole and Coates, because of their distance to our local structures, contrasts the manner in which, before it reaches the masses, the overwhelming majority of black intellectual production in the Netherlands first needs to be parsed through writers who mirror, uphold or are part of the dominant culture. In that regard this event and the lecture later on tonight is also fascinating in how it reproduces and anchors this dynamic. Not only in putting Cole in a position of being the example that black writers and thinkers in the Netherlands can only aspire to but never be in the same league with, but also in denying the possibility of investing in the infrastructure for the creation of writers like Cole.

I for instance am not connected to an institution, a media company or the cultural elite, the grachtengordel as we Dutch like to call them, and thus cannot actually afford to do what I’m doing right now. Presenting a lecture without being paid for it undermines exactly what for me today is supposed to be about; the nurturing and valuing of the fruits of black intellectual rigor and labor. By inviting me to present without financial compensation my contribution to the discourse is in the same breath centered and marginalized. Coincidentally more and more reporters have been asking to casually grab a cup of coffee with me based on my writing and tweets. I’ve started rejecting offers like this and hope others follow. If we’re not good enough to hire as editors, journalists or writers we should not be giving out free intellectual labor that others use to fill pages and cash paychecks.

Cole’s lecture tonight is also destructive in that it platforms a writer who has turned into one of the most disparaging voices when it comes to black emancipation and what professor Wekker has dubbed the second anti-racism wave in the Netherlands. With his weekly column Stephan Sanders has over the last few years been given the infrastructure and money to take a figurative sledgehammer to the incremental gains that have been made. Intellectual dishonesty and mischaracterizations have been rampant in his work of late and yet he is the one who will host and interview Cole tonight. Sanders’ hostility towards home grown black intellectuals will undoubtedly not be present as he engages Cole and through proximity advances his cultural capital. But were Cole based in the Netherlands you could ask yourself if Sanders would have been bothered to answer the email through which he was invited to be the interviewer.

Sincere engagement

When I look at Cole’s work I too need to look at it through its own merits and not for how I can utilize it to criticize the intellectual wasteland that I sometimes imagine the Netherlands to be when I pick up a magazine or a newspaper or turn on the television or the radio. To truly work through the themes of his work we need to engage it sincerely and honestly. That means devoid of the ethically counter-intuitive production and organizational faux pas that in my view have marred his current presentation to the Dutch public. He and we deserve better than this.

 

* This definition is something that has been a topic of conversation among me and my friends among whom Charl Landvreugd. Landvreugd is een PhD candidate Curating Contemporary Art at the Royal College of Art in London who has been doing extensive research on it. More about him can be found on his website and can be heard in an interview he recently gave to the magazine Mister Motley

Foto: Dan Gold via Unsplash

Ik wil de politiek in

Ik loop al heel lang rond met het idee om een politieke partij te starten. In 2013 vroeg ik al waar de Partij voor Participatie en Inclusiviteit bleef. Het afgelopen jaar intensiveerde die gedachte en ben ik wat actiever ermee aan de slag gehad. Van langsgaan bij de ProDemos en de kiesraad tot een 10 punten partijprogramma bedenken. Mijn direct omgeving vond het gevaarlijk worden hoe meer ik er mee bezig was.

Tijdens Amsterdam Fringe Festival heb ik aan het publiek laten zien wat ik allemaal als een ware ontdekkingsreizigers was tegengekomen in mijn onderzoek naar hoe je de Nederlandse politiek kan veranderen. In de vorm van een lecture performance, een lezing en performance ineen, presenteerde ik PAPI: Poging Andere Politieke Interventies en waarom de partij nog niet was gelanceerd. Elf dagen lang voerde ik geweldige gesprekken met de bezoekers over politiek, democratie en de Nederlandse situatie. Tijdens het Afro Vibes festival presenteren we het nog een keer op 7 en 8 oktober, dus kom langs als je zin hebt.

PAPI is vooralsnog niet een echte partij, maar hieronder kan je wel lezen wat ik vandaag zou presenteren bij de geplande lancering.  Read More

 

Ik wil een verandering in de landelijke politiek en lanceer vandaag Poging Andere Politiek Interventies. Over precies zes maanden, 15 maart 2017, gaan wij naar de stembus en er is geen enkele partij waar ik op dit moment op zou stemmen. Wat doe je dan? Dan ga je het zelf doen.

Het politiek seizoen is net pas begonnen, maar geen een partij spreekt mij aan. Niet de PvdA, die Lodewijk Asscher ongestoord de wet laat overtreden en de wens van haar leden om het kinderpardon rechtvaardig uit te voeren links laat liggen. Niet Groenlinks, die met hun fotogenieke lijsttrekker de architect van de afschaffing van de basisbeurs is maar nu over toegankelijk onderwijs rept. Niet de VVD, wiens leider nog in 2007 door een rechter werd verteld dat hij als staatssecretaris racistisch beleid tegen Somalische Nederlanders had opgezet. En zeker niet VNL, die een lijsttrekker in huis hebben gehaald die mensen wist op te zwepen om vanuit xenofobie tegen iets te stemmen, wat hij overigens heeft toegegeven zelf niet eens gelezen te hebben.

Niet dat ik zelf ooit op de VVD of VNL zou stemmen, maar wie vanuit een economisch conservatief of ondernemingsoogpunt op die partijen geïnteresseerd zou zijn moet eerst een oogje dichtknijpen voor hun racisme en xenofobie om erop te kunnen stemmen. Curaçaos Nederlandse mensen moeten zelfs vergeten dat André Bosman ons een ander kleur paspoort wilde geven.

Velen weigeren een oogje dicht te knijpen met als gevolg dat tot nu toe het enige alternatief is om de politiek de rug toe te keren. Volgens een grote meerderheid in de samenleving is volksvertegenwoordiging op landelijk niveau een van de samenleving los gezogen bezigheid geworden. Een bezigheid waar wij gewone mensen zogenaamd zo veel mogelijk uit de buurt van moeten blijven. Veel gesprekken die ik met mensen over de landelijke politiek heb gevoerd draaiden uit op de conclusie dat het zo’n vastgeroest systeem is waardoor mensen het links laten liggen. Of dat ze constant weer teleurgesteld werden met de mensen die eens in de vier jaar hun gezicht lieten zien om hen daarna te vertellen niks voor hen te kunnen betekenen. Met elke stembusronde lijkt ook het failliet van de huidige generatie politici te worden aangekondigd, een generatie die velen zien als managers die volksvertegenwoordigers spelen.

Elk jaar weer daalt de opkomstpercentage en weten bijvoorbeeld partijen als de PVV en Leefbaar Rotterdam in een multiculturele stad als Rotterdam, zowel op gemeentelijk niveau als op provinciaal niveau, schijnbaar als winnaars uit de bus te komen. Met een totale opkomst voor de provinciale staten verkiezingen van slechts 35,5%, en partijen die gewoonweg een grote groep stemmers niet weet aan te spreken, was dat te verwachten. In navolging van de politieke schokgolf van Fortuyn weten partijen als Leefbaar Rotterdam en de PVV wel mensen naar de stembus te trekken. Ze spelen juist in op witte superioriteitsdenken, dat de witte Nederlandse bevolking superieur is ten opzichte van mensen met een koloniale, migranten of vluchtelingen achtergrond. Dat vertaalt zich in stembus-razernij van stemmers die hun manier van leven proberen te behoeden tegen het bestaan van mensen zoals ik. Dat zie je ook terug in de peilingen die gedaan worden. Ik ken geen luisteraar van FunX, Radio Brasa, MART Radio of Stanvaste Radio die ooit gepeild is door Maurice de Hond of 1Vandaag, terwijl die beiden wel stellen het over alle Nederlanders te hebben als ze weer eens de PVV als grootste partij voorspellen.

En de ideeën om meer mensen naar de stembus te trekken zijn er. Veel partijen steken echter meer tijd in het actief dwarsbomen van die plannen dan nadenken hoe nog meer mensen kunnen participeren aan de democratie. In zijn boek De Belofte, over zijn tijd als lijsttrekker van de Amsterdamse PvdA, toonde Pieter Hilhorst hoe D66 een project, om stemmers met een multiculturele achtergrond over de verkiezingen te informeren, keihard in de wielen reed. Wat een programma moest worden om juist die Marokkaans-Nederlandse moeder 3 hoog achter te bereiken werd opeens een zoutloze algemene inlichtingencampagne die geen rekening hield met de verscheidenheid in de stad. De campagneleiding van de Amsterdamse afdeling van D66 leek niet te willen dat zoveel mogelijk mensen gingen stemmen.

Maar onze democratie is té mooi om je er van afzijdig van te houden of actief niet aan mee te bemoeien. Het is té omvangrijk om te doen alsof jij je kan afzonderen van de beslissingen die in gemeenteraden, provinciale staten of de beide kamers worden genomen. Het is té boeiend om niet toegankelijk te maken voor mensen die niet de tijd hebben om alle ontwikkelingen op de voet te volgen en alle brochures te lezen.

De politiek moet los geweekt worden van de technocratische abstracties waarbij mensen cijfers zijn of erger onderhandelingsfiches. PAPI laat zien dat er een nieuwe generatie opstaat dat wars is van de partijpolitieke spelletjes. PAPI is een tot de orde roepen van een groep die nog niet begrijpt dat wij er zijn en door middel van technologie, kunst, cultuur, sport, wetenschap, muziek en mode al inspraak hebben in de Nederlandse samenleving. Dat de Tweede Kamer in haar samenstelling nog steeds pretendeert het straatbeeld van Nederlandse steden te kunnen negeren wordt niet langer geaccepteerd. We tolereren niet langer dat wij de gevolgen dragen van beslissingen waar wij van buitengesloten worden. De afbraak van het sociaal stelsel, een stelsel waardoor de huidige generatie politici heeft kunnen floreren, is een schande en pikken we niet langer.  Wordt lid van Poging Andere Politieke Interventies, wordt lid van PAPI en laten we vandaag nog de boel radicaal omgooien.

Om mee te kunnen doen met de verkiezingen hebben we als nieuwe politieke groep €11.250 nodig als waarborgsom om op het stembiljet te komen, €450,- als waarborgsom voor de plaatsing van de naam van de partij op het stembiljet en €360 voor de notariële akte van oprichting. Doneren kan hier.

aankondiging-partij

 

Foto: Caspar Koster voor Amsterdam Fringe Festival

Is een 4 jarig Rastafari jongetje alleen om zijn locs geweerd op St. Maarten?

De Daily Herald bericht dat op St. Maarten de Katholieke Sister Regina Primary School een Rastafari jongtje van 4 van school heeft getrapt omdat zijn ouders zijn haar niet wilde knippen. Volgens de vader, Sergio Marica, zijn locs een belangrijk onderdeel van het Rastafari geloof. Hij en zijn vrouw hadden al met de school hierover overlegd en er was afgestemd dat zijn zoontje gewoon naar school mocht gaan. Nu blijkt de school hiervan af te zien is het jongetje van school gestuurd. Om zijn haar.  Read More

Op zijn Nederlands leren

Op 22 augustus werden de ouders gebeld om met de leraar, de voorzitter van het Katholieke schoolbestuur, de leerplichtambtenaar en de directeur van de school in gesprek te gaan over het voorkomen van het 4-jarig jongetje. In dat gesprek werden de ouders erop gewezen dat hun kind verzorgd eruit moest zien en dat zijn haar daarom ook geknipt moest worden. De ouders gaven aan ze hem de volgende dag weer verzorgd zouden brengen maar niet met kort geknipt haar omdat dat tegen hun geloof was. In de grondwet van St. Maarten staat namelijk dat iedereen haar of zijn geloof mag belijden, zo ook Katholieken en Rastafari.

De volgende dag op 23 augustus werd het 4-jarig jongetje niet alleen naar huis gestuurd maar ook gelijk van school getrapt. De ouders kregen een brief waarin werd medegedeeld dat de school en het schoolbestuur na herhaaldelijke waarschuwing deze stap moest nemen. De Daily Herald meldt ook dat in de brief werd aangegeven dat de leerplicht ambtenaar al op de hoogte van het besluit was gesteld. Het lijkt dan ook alsof de school voorbereidt was om het recht op geloofsovertuiging van de familie te schenden.

De vraag waarom deze Rastafari naar een Katholieke school wilde gaan is een simpele; het is de enige Nederlandstalige school in de buurt. De ouders hebben zelf Nederlandstalig onderwijs genoten en de vader gaf aan dat hij het juist belangrijk vond dat zijn kind als Nederlands staatsburger in het Nederlands werd onderwezen. De andere dichtstbijzijnde Nederlandstalige basisschool school ligt in St. Peters en zou tijdens de ochtendspits op het eiland niet op tijd te bereiken zijn. De ouders hebben aan de Daily Herald laten weten dat zijn een zaak tegen het schoolbestuur voorbereiden.

Stigmatisering van zwarte jongens en mannen met locs

Wat de zaak vreemd maakt is dat interpretatie van wat een verzorgd uiterlijk zou moeten inhouden niet is opgenomen in het reglement van de katholieke school. De Daily Herald bericht daarnaast dat de familie al 2 jaar lang een band met de school heeft. De school was op de hoogte van de geloofsovertuiging van de familie en hoe zij daar in het dagelijks leven invulling aan geven. Het was pas toen het haar van het jongetje langer werd dan wat de school normaal achtte dat er heibel kwam. Volgens de vader was het na goed overleg besloten dat het jongetje gewoon naar school kon blijven komen.

De vader van het jongetje gaf daarnaast aan dat er ook een Rastafari meisje op de school zit en dat zij haar haar niet hoeft te knippen. Hierdoor blijkt dat het geweld richting het jongetje naast intolerant voor zijn geloof ook gender specifiek is. Dat is nog het meest bizarre van deze oefening in wat op het eerste gezicht op bureaucratisch geneuzel lijkt. Op 4-jarige leeftijd wordt al een versie van fatsoenlijke zwarte mannelijkheid op het jongetje geprojecteerd. Het is dat het schoolbestuur niet het achterste van haar tong laat zien en ronduit vertelt dat zij zwarte mannelijkheid en locs aan negatieve waarden koppelt. Verzorging lijkt het excuus om de onderliggende gedachtes niet te hoeven uiten.

Vechten tegen hypocriete koloniale denkpatronen

De negatieve stereotypering van mannelijke dragers van locs wordt nu op een 4-jarig jongetje geprojecteerd. De disciplinering van zijn uiterlijk wordt opgehangen aan verzorging maar gaat daar niet over. Het is een jongetje van 4 met ouders die duidelijk zicht hebben op de ontwikkeling van hun zoon. Als zij een duidelijk afgewogen keuze maken om hun zoon naar een Nederlandstalige school te sturen dan kan je wel bedenken dat ze hem ook fatsoenlijk verzorgen. Er is een zorgvuldigheid in de manier waarop zij nadenken over zijn toekomst wat volgens mij logischerwijs niet tot een onverzorgd ogend voorkomen zou leiden.

Het schoolbestuur zit gevangen in een oud koloniale strijd over het haar van mensen van Afrikaanse afkomst. De ontwikkeling van locs in het Caribisch gebied als een duidelijk anti-koloniaal, tegen koloniale overblijfselen en het gedachtegoed, en dekoloniaal, een andere optie voor het dragen van het haar buiten de door Europese waarden gestuurde esthetische keuzes, wordt nog steeds als een bedreiging gezien. Daarnaast zijn er mensen die wijzen naar geweld dat uitgedragen wordt door mensen met locs, maar dat geweld wordt net zomin gedreven door hoe die mensen hun haar dragen als dat de gewelddadige en inhalige keuzes van investeerders in de wapenindustrie naar hun voorkomen terug te herleiden zijn.

Het haar van een jongetje van 4 wordt als een bedreiging van de orde voorgesteld omdat het schoolbestuur in zijn verschijning iets ziet waar het jongetje zelf geen weet van kan hebben. Die wil gewoon leren lezen, schrijven en rekenen. Die wil op het schoolplein met zijn vrienden spelen. Het jongetje wordt nu thuis onderwezen terwijl het schoolbestuur, de directeur van de school, de leraar en de leerplichtambtenaar zelf wat hadden kunnen leren van de rondreizende tentoonstelling Ras Tafari: The Majesty and The Movement toen die van 15 april tot 30 juni in Jamaica te zien was. De trauma wat het jongetje door de school nu wordt aangedaan is onacceptabel.

Foto: Marciej Korsan via Stocksnap.io

De NOS vertaalt Nelson Mandela opzettelijk verkeerd

D

NOS berichtte trots over de bekendmaking dat Beeld & Geluid het oudst bewaard interview met Nelson Mandela in haar bezit heeft. Het in 1956 afgegeven interview werd door de Nelson Mandela Foundation uitgeroepen tot het oudste tv-interview. Het is een belangrijk tijdsdocument waarin de icoon zijn woorden heel zorgvuldig koos omdat hij aan den lijve ondervond wat woorden konden doen in Zuid-Afrika. De NOS vertaalde vervolgens opzettelijk de woorden van Mandela verkeerd.
Read More

Hiltermann’s bijdrage

De NOS heeft in haar stuk aangegeven dat niet het hele interview bewaard is gebleven maar een fragment, want waarom zou je als publieke omroep materiaal bewaren van een anti-apartheidsvrijheidsstrijder. Het was voor een programma van de Vietnam oorlog en de Apartheid vergoelijkende journalist GJB Hiltermann genaamd Boeren en Bantoes voor de AVRO. Ik ga geen lijn trekken tussen AVRO 3FM DJ Mark van der Molen en hoe hij Anousha Nzume toebeet dat zij haar recent toegekende subsidie maar moest gebruiken voor ‘hoofdtelefoons met uit 18-karaats goud geëtste vagina’s als oorschelpen’.

De betiteling van Hiltermann’s programma is een interessante alliteratie. Je zouden denken dat Bantoes eerder genoemd zouden worden, simpelweg ook omdat ze eerder waren. Maar het waren de Boeren die als eerste genoemd werden. Natuurlijk denk ik nu. Die zijn tenslotte van Nederlandse afkomst. Wat de context van het interview met Mandela binnen het programma was is niet duidelijk gemaakt. Er wordt vrij summier over het programma geschreven en het programma zelf is niet openbaar gemaakt. Daar moet je zoals met alles bij Beeld & Geluid die een ‘structurele Rijksbedrage ontvangen op grond van de Mediawet’, voor betalen om te zien. Vonden de NOS en de AVRO het niet waard om er nu nog een keer voor te betalen?

The politics of credit

Interessant aan de bekendmaking is dat de NOS aangeeft niet te kunnen achterhalen wie het interview heeft afgenomen.Ze schrijven dat dit fragment niet zelf door Hiltermann is opgenomen, maar is aangekocht. De AVRO radiodocumentaire maker Pieter Varenkamp vertelde in Trouw in 1999 dat Hiltermann Mandela in 1961 heeft gesproken, maar nu moeten we daaraan twijfelen. Vergiste Varenkamp zich niet en deed hij simpelweg mee aan de mythevorming rondom de man in de aanloop naar zijn laatste radio uitzending? Varenkamp plaatste Mandela in een rijtje prominenten en tijdens het lezen vroeg ik mij af of Hiltermann daadwerkelijk Mandela heeft gesproken en ook aan hem Apartheid probeerde goed te praten. Of was dat alleen iets voor het thuisfront?

Het is eigenlijk heel raar dat men niet weet wie de maker is van het gevonden fragment. Niet alleen omdat wij in Nederland nogal fervente archivarissen zijn, er zijn nog scheepsdagboeken van de 17e eeuw te vinden in Middelburg. Maar ook omdat als het aangekocht is er een bonnetje ergens moet zijn. En als wij ergens goed in zijn is vragen om het bonnetje. Op dat bonnetje zou je dan toch kunnen terugvinden wie het gefilmd heeft en wie het interview heeft afgenomen? De kans is dan ook groot dat het oorspronkelijk interview dan ook door een zwarte Zuid-Afrikaanse maker is gemaakt. De namen van zwarte makers of intellectuelen werden en worden nogal vaak vergeten door instellingen waar witte mensen de leiding hebben.

De NOS en White Supremacy

In het bericht over de bekendmaking poogde de NOS ook de woorden van Mandela uit het Engels te vertalen. En zoals vaker met Nederlandse ondertitels gebeurt er iets eigenaardigs. Er worden andere woorden gekozen dan de daadwerkelijke Nederlandse equivalenten. Hierdoor wordt een andere boodschap doorgegeven dan datgene wat de geïnterviewde werkelijk zegt. Op Twitter merkte politiek commentator en oprichter van studentenvereniging African Students United Kiza Magendane dit voor het eerst op:

En hij heeft gelijk. De snelheid om een concept als white supremacy te vervlakken tot ‘blanke overheersing’ is bijzonder. Juist in een bericht waarin het belang van de authenticiteit van de woorden van Nelson Mandela wordt benadrukt, is het des te vreemder dat, door middel van een vertaling, de intellectuele inhoud van wát hij zegt onschadelijk wordt gemaakt. Is de bekendmaking dan voor de NOS alleen interessant omdat Nelson Mandela sinds zijn vrijlating als een bovenmenselijke mythologisch figuur wordt gepresenteerd waar iedereen fijne gevoelens op wil kunnen projecteren? Er is een reden waarom de vrijheidsstrijder veroordeeld werd voor hoogverraad en tot 2008 op de terroristenlijst van de Verenigde Staten stond, hij was toen 90.

Ik denk dat dat ook de reden zou kunnen zijn waarom de NOS zijn gedachtegoed nu verkeerd vertaalt. White supremacy gaat namelijk niet slechts om interpersoonlijke onderdrukking waar slachtoffers, volgens de inmiddels gebleken cultureel ontwikkelde Nederlandse redenatie, overheen zouden moeten kunnen stappen. White supremacy gaat om systematische en structurele vertoningen van macht gebaseerd op de verheffing van witte mensen. Apartheid was gebaseerd niet op slechts overheersing maar op het natuurlijk laten ogen van die verheffing, het verder ontwikkelen en in stand houden van de ongelijkwaardigheid gebaseerd op ras en etniciteit dat tijdens kolonialisme werd ingezet.

Verheffing van witte mensen vs. verrijking van ons allemaal

Het moment dat de NOS het concept ‘blank’ blijft gebruiken alsof het de normaalste woord van de wereld is doet het opzettelijk mee aan het natuurlijk laten ogen van deze definiëring en verheffing van mensen die niet geracialiseerd willen worden. Daarom lees en hoor je bijvoorbeeld nooit over ‘autochtonen’ maar kent iedereen de term ‘allochtoon’ en hebben sommigen het ook geïnternaliseerd alsof het een ‘natuurlijke’ beschrijving is. Het is de vraag dan of te verwachten is of de staatsomroep deze verheffing van mensen die niet geracialiseerd willen worden, maar wel anderen racialiseren, kan of wil beëindigen. Met zo’n beëindiging hoort dan ook het daadwerkelijk begrijpen en accepteren wat het intellectueel erfgoed van een vrijheidsstrijder als Mandela is.

De acceptatie van zijn boodschap houdt een verrijking van ons taalgebruik in. Het enige wat we daarvoor hoeven in te ruilen is ons raciaal hiërarchische kijk op de samenleving en de wereld. Dat is in ieder geval minder duur dan €29,95, en €2,95 voor administratiekosten, om Boeren en Bantoes te zien.

‘The Chronicles of Nadiya’ smaakt naar meer

Een van de lichtpuntjes op televisie de afgelopen week was het nieuwe kook- en reisprogramma The Chronicles of Nadiya. In het programma neemt Nadiya Hussain, the winnaar van seizoen 6 van The Great British Bake Off, ons mee naar Bangladesh, waar haar familie vandaan komt. Gevuld met zoet en hartig is het programma is een feest voor het oog en het hart.  Read More

Vaak met reisprogramma’s weet je dat de presentatoren toeristen zijn en hun band met de plek die ze laten zien vooral oppervlakkig is. Hier totaal niet. De tranen vloeien rijkelijk en de openheid van Nadiya over wat het betekent om zowel Engeland als Bangladesh thuis te noemen is van grote waarde. Ze toont het voor velen herkenbare dilemma en springt moeiteloos over de valkuil om haar gevoel van ontheemd zijn te verdedigen. Het is er en zij deelt met ons hoe zij daar mee omgaat. Nadat ze haar schoenen uittrekt om de natte grond onder haar voeten te voelen laat haar in-geen-duizend-woorden-te-vatten blik zien wat dat voor haar betekent. Terwijl ze een sprintje door de grootouderlijke tuin trekt om haar oma te ontmoeten laat de camera onbedoeld het contrast met Engeland zien.

In Bangladesh spatten de aardse kleuren van het beeldscherm terwijl bij haar afscheidsdiner in Engeland het merendeel fletse en donkere kleuren waren die domineerden. Vooral het TL-licht in de keuken van haar ouders speelt parten in hoe we geïntroduceerd worden aan haar leven en familie in Engeland. Kleur speelt ook een grote rol in de subtiele, door de verschijning van Nadiya gedreven, compositie van de beelden. Wanneer we haar bijvoorbeeld uit het vliegveld van Bangladesh zien verschijnen is het een dramatische en mooie herintroductie van Nadiya. We hebben haar thuisleven in Engeland meegemaakt en nu krijgen we een Nadiya te zien die verbonden is met iets dat niet precies in woorden te vatten is. De verandering van kledij komt natuurlijk doordat het voor haar een lange vlucht is geweest, maar voor ons als kijkers was het een kwestie van secondes waardoor het meteen ook duidelijk maakt dat we in een voor haar gevoelsmatig andere plek zijn.

In de eerste aflevering speelt naast het idee van behoren in Bangladesh of Engeland ook een traditionele bruiloft een grote rol. Terwijl de strijd voor de rechten van gelovige vrouwen hier in Europa hevig woedt laat het programma subtiel zien dat het merendeel van de gebruikte argumenten de innerlijke leefwereld en drijfveren van de vrouwen overslaat. Nadiya vertelt openhartig over haar keuze om een hoofddoek te dragen, haar ongemak tijdens haar traditionele bruiloft en wat zij zelf anders gaat doen met haar dochter. En dat doet ze allemaal terwijl ze aan het winkelen is voor kleding en de bruiloft bezoekt zonder dat het als een verwoede of starre poging tot verdediging lijkt vanwat de kijker te zien krijgt. Net als haar gevoel van behoren is dit wat het is. De regisseur/producent Martha Delap en producent Charlotte Armstrong laten hierbij zien hoe ze hun ervaring, met het ontwikkelen van culinaire merken als Jamie Oliver en Gordon Ramsay, inzetten voor een rijzende ster die niet man of wit is en zichtbaar gelovig.

Nadiya heeft de kans aangeboden gekregen en gegrepen om ons niet in een voyeuristisch en etnologisch schouwspel mee te nemen, zoals we vaker gewend zijn, maar gewoon haarzelf te laten zien. Haar beweegredenen om dingen te doen, haar manier van koken, haar doelen en wensen en dromen. Wanneer zij en de kijkers meekrijgen dat niemand in haar nabije familie een oven heeft zien we hoe ook zij geniet van haar celebrity wanneer een lokale bakker zijn oven aan haar beschikbaar stelt. En haar competitieve spirit en perfectionisme brengen een glimlach op je gezicht op bepaalde momenten in de bakkerij. Haar liefde voor haar familie raakt je als kijker oprecht wanneer zij afscheid neemt van een oom. In een minuut of twee komen er bij beide woordeloos vijfentwintig jaar aan herinneringen naar boven. En voordat het manipulatieve emotie montage kan lijken gaat het programma verder.

Daarom is het ook wel wat jammer dat er maar twee afleveringen van het programma zullen zijn. De reden waarom dat zo is heb ik nog niet kunnen achterhalen, maar aanstaande woensdag zal ik weer op de bank zitten om haar trek door de rest van Bangladesh mee te maken. Voor het eerst in Nadiya’s leven gaat ze verder dan het dorp van haar familie. En ze doet dat in haar eentje zonder haar ouders, man of kinderen. Haar belofte aan haar vader om na de opnames ook met hem door Bangladesh rond te reizen zou ik graag in een programma zien. Als het koken met haar moeder en de getoonde dynamiek met haar vader een indicatie is van wat er allemaal beleefd kan worden zou het een waardevolle toevoeging zijn aan het Brits en Europees televisielandschap.

Patty Brard’s racisme was niet goed voor kijkcijfers

Tijdens Ranking The Stars kreeg Ajouad el Miloudi het met Patty Brard aan de stok. Hij werd door Paul de Leeuw naar voren geroepen omdat ze hem volgens De Leeuw nog niet zo goed hadden gehoord en benieuwd waren naar zijn mening. El Miloudi, die tijdens de opnames dus heeft gezien hoe hard het er aan toe gaat in het programma, vloog er met gestrekt been in. Misschien wist hij niet dat de hardheid en felheid van de opmerkingen juist door de interpersoonlijke relaties mogelijk zijn. Een plaagstoot van een bekende voelt anders aan dan van een wildvreemde. Als je iemand niet kent is het moeilijk om een opmerking, in het gehaaid belevingsgevoel van het programma, over die persoon te maken zonder dat die persoon het zich persoonlijk aantrekt en in het geval van Brard racistisch terugslaat.  Read More

Bij de vraag wie het eerst een straatnaam naar zich vernoemd zal krijgen, plaatste El Miloudi namelijk Brard op de laatste plaats. Maar hij begon door kurkdroog te vertellen dat straatnamen gegeven worden aan mensen die wat voor een groep mensen of de maatschappij heeft betekent. In de uitzending was te zien dat Brard geschokt reageerde toen haar naam genoemd werd en hoe het panel het vervolgens voor haar opnam, allemaal mensen die Patty al langer interpersoonlijk of van de mediawereld kenden. El Miloudi dus niet. Er werden dingen over haar groep Luv gezegd, haar werk omtrent homoseksualiteit, haar verschillende televisieprogramma’s en De Leeuw herinnerde de kijkers om niet te vergeten Brard en haar geboortegrond te seksualiseren. Opzienbarend was wel hoe Jörgen Raymann zich uit de voeten maakte op het moment dat El Miloudi hem om steun vroeg toen Bridget Maasland en Richard Groenendijk het voor Brard opnamen.

Maar in tegenstelling tot RTL-4, toen Chantal Janzen en Gordon de Chinese Xiao Wang racistisch bejegenden, knipte BNN Brard’s racistische reactie er uit. Waar het publiek en de redactie van Holland’s Got Talent om de racistische opmerkingen van Janzen en Gordon moesten lachen, gaf de eindredacteur van Ranking The Stars aan de Volkskrant toe dat men in de opnamestudio meteen doorhad dat wat Brard zei niet door de beugel kon.

Volgens Pim Castelijn, sinds het begin in 2006 eindredacteur van Ranking the stars, was iedereen in de studio er meteen van doordrongen dat Brard te ver was gegaan. Alle betrokkenen werden geraadpleegd en iedereen was het er over eens dat het fragment niet moest worden uitgezonden – ook El Miloudi, zegt Castelijn. [De Volkskrant]

El Miloudi zegt dat dat een leugen is. Hij wilde juist dat haar opmerking uitgezonden zou worden om te laten zien hoe Brard naar Marokkanen kijkt. Vandaag besloot hij dan ook naar buiten te komen met de waarheid over Brards racistische tirade waarin ze hem op de set, en later na de opnames in de kantine, vertelde om op te rotten naar zijn eigen land. Dat was trouwens een opmerking die zij waarschijnlijk zelf ook vaak hoorde toen zij in haar jeugd van ‘Nederlands’-Nieuw-Guinea naar Rijswijk verhuisde in de jaren zestig.

Eindredacteur Castelijn zegt dat er vaker uit het programma geknipt wordt als iets niet leuk is of ‘brak’, wat dat ook mag wezen. Het programma gedijt bij een bepaalde sfeer en hij vond dat Patty’s opmerking daar niet bij paste. Uit zijn antwoorden blijkt dan ook dat hij niet helemaal snapt waarom El Miloudi en velen anderen op twitter zijn actie, om Patty’s uitspraak te verdoezelen, kwalijk vinden. Tegen Paul Onkenhout van de Volkskrant lukt het hem dan ook om te laten zien waar de meerderheid van Hilversumse televisiemakers eigenlijk het meest om geven, hun programma.

Castelijn: ‘Het lijkt inmiddels een groot intrige, maar het stelt niet veel voor. Let wel: het gaat slechts om één zin. Zoveel geweld is de montage dus niet aangedaan.’ [De Volkskrant]

De montage is niet veel geweld aan gedaan. De montage. De beelden die aan elkaar geknipt worden om een tijdsinvulling te vormen van tien mediapersoonlijkheden die elkaar afzeiken. De montage. De elektronische vertalingen van licht en geluid die men via beeldschermen kan afspelen. De. Mon. Ta. Ge. Met deze uitspraak laat Castelijn zien dat hij het geweld dat El Miloudi is aangedaan niet als zodanig ziet, iets wat vaker gebeurt met dit soort uitspraken tegen mensen met een zichtbare migranten achtergrond.

Wat ook niet verbaast is dat Brard vanochtend op twitter op El Miloudi afgeeft door te zeggen dat hij publiciteit zoekt voor een zijn nieuwe programma. Want dat is de gedachtegang in Hilversum. Alles in dienst van de kijkcijfers, hits en luisteraars. Brard deed dat namelijk zelf ook toen ze haar column in Weekend, dat volgens de uitgever Audax Publishing een exclusief bereik van 2,7 miljoen mensen in Nederland heeft, gebruikte voor de publiciteit van Ranking The Stars. In haar column vóór de uitzending van de eerste aflevering beloofde ze vuurwerk en presenteerde ze El Miloudi als de slechterik. El Miloudi reageerde toentertijd niet waarschijnlijk met de gedachte dat de totaliteit van wat er gebeurde vertoond zou worden. Brard schreef over een aanvaring tussen Karin Bloemen en Wibi Soeradji en schilderde El Miloudi af als een ‘snotneus’ die haar op haar gevoel had gepakt.

Maar welk gevoel was dat dan? Het gevoel van iets bereikt te hebben waardoor je een straat zou moeten krijgen? Het gevoel van superioriteit en van behoren tot Nederland? Het gevoel van meer recht hebben om hier te zijn dan El Miloudi? Het verwijzen naar dat gevoel maar niet articuleren  wat dat inhoudt roept zoveel vragen op over wat Brard heeft meegekregen over de invulling van Nederlanderschap en hoe zij dat eigen heeft gemaakt. Het roept ook vragen op over hoe haar articulatie van dat gevoel van Nederlanderschap haar haar lange staat van dienst in Hilversum heeft bezorgd. In dat opzicht moet Raymann’s reactie, op El Miloudi’s vraag om steun, voor El Miloudi een pijnlijke les zijn geweest in hoe je overleeft in Hilversum als je met een migranten achtergrond schijnbaar vanuit het niets naar voren wordt geschoven.

Afbeelding: Ranking The Stars

 

 

Racisme tijdens introductieweek bij Tilburg University

Het was te verwachten. Vroeg of laat zou het eerste bericht van een geschokte buitenlandse student of medewerker geplaatst worden over racisme op een Nederlandse universiteit of hogeschool. Dit jaar gaat de eer naar de Tilburg University, een universiteit dat in 2010 haar officiële Nederlandse naam verruilde voor een Engelse om zo internationale studenten te trekken.  Read More

Je zou het eigenlijk ook niet verwachten van hen. Op 18 augustus stuurde een van de social media medewerkers van Tilburg University nog via de twitter profiel van de Liberal Arts Bachelor programma een tweet over het welkom heten van aankomende internationale studenten.

Vier dagen later liet Addes Tesfamariam weten hoe warm die welkom zou zijn voor Jamaicaanse studenten of zwarte studenten met locks..

Tesfamariam, volgens haar Facebookprofiel een voormalige student en nu werknemer van de Tilburg University, vertelt hoe ze geschokt, misselijk en vernederd werd door het tafereel van de twee witte mannen die zich als Jamaicanen voordeden. Eentje had zich ook zwart geschminkt en nadat Tesfamariam hen confronteerde gaf hij toe dat sommigen het aanstootgevend konden vinden. Op dat moment sprong een witte vrouw hen bij door te zeggen dat iedereen het grappig vond. ‘Iedereen’ is een groep waar Tesfamariam en ‘sommigen’ dus niet bij horen.

Voor haar ogen werd Tesfamariam als niet bestaand voorgesteld. Want als je niet bij ‘iedereen’ hoort besta je niet en heb je geen waarde. Het taalgebruik in Nederland is dan ook efficiënt in hoe het met simpele woorden ravijnen van gevoel en besef kan ontbloten. Het is dan wel bijzonder tragisch hoe men na al deze jaren van strijd en bewustwording juist blijft aangeven niet te willen luisteren. Dit hele voorval had voorkomen kunnen worden als de Tilburg University in hun culturele diversiteitsbeleid niet alleen een praatgroep had om te praten over ‘dingen die je studie kunnen belemmeren, zoals dingen die je thuis of in je vriendenkring mee maakt of nare ervaringen uit een oorlog’, of een begeleider voor ‘allochtone promovendi’ in dienst had, of de master opleiding Management of Cultural Diversity had, maar ook gewoon beleid tegen raciale uitsluiting, racistische treiterij en culturele toe-eigening.

De mentors en buddies die Tesfamariam tegenkwam krijgen vooraf aan de TOP week, de introductieweek in Tilburg, een briefing over de week en wat ze de studenten allemaal moeten meegeven over de stad en de universiteit. Tijdens die briefing had men ook een moment moeten stilstaan over geoorloofd gedrag van de begeleiders. Niet alleen over besef en gelijkwaardigheid van raciaal verschil maar ook over hoe om te gaan met menselijk verschil en studenten en medewerkers er bij te laten horen.

Hierbij gaat het niet alleen om internationale studenten, maar ook de studenten die uit Brabant en de rest van Nederland komen, een veilige onderwijsomgeving te bieden. Tesfamariam en de ‘sommigen’ verdienen het niet om op de eerste dag van het begin van het nieuwe academisch jaar geconfronteerd te worden met een aanzienlijke kloof. Een kloof waar zij vervolgens verantwoordelijk worden gehouden om te dichten in plaats van de idioten die het goed idee vonden om na de zoveelste keer waarschuwing weer zwarte mensen na te doen. Nee, zij moeten de ruimte krijgen om te kunnen excelleren zonder constant energie te moeten stoppen in uitleggen waarom hun huidskleur geen kostuum is.

H/T naar filmmaker Medhin Paolos die mij hierop attendeerde.

‘Caraïbische Dromen’ met Tessa Leuwsha

Op vrijdag 20 mei vindt in het Hugo Olijfveld Huis een openbare college plaats met de, hiervoor speciaal uit Suriname overgevlogen, schrijver Tessa Leuwsha over haar laatste verschenen boek Fansi’s stilteHet is de derde college in de reeks Caraïbische Dromen van de Universiteit van Amsterdam gegeven door professor Michiel van Kempen in samenwerking met de Universiteit Leiden en professor Yra van Dijk Read More

De Vereniging Ons Suriname dat het mede organiseert schrijft het volgende over de college:

Schrijfster Tessa Leuwsha (Amsterdam, 1967; Surinaamse vader, Nederlandse moeder) woont en werkt sinds 1996 in Suriname. Na het gymnasium volgde zij een opleiding toeristisch management en studeerde Engels in Amsterdam. Haar romandebuut, de Parbo-blues (uitgeverij Augustus), werd lovend ontvangen. De Parbo-blues werd genomineerd voor de Vrouw&Kultuur Debuutprijs 2006 en de DebutantenPrijs 2006. In 2009 verscheen de roman Solo, een liefde, over het streven van twee jonge Surinamers om hun doelen te verwezenlijken, tegen hun moedeloze familieachtergrond in het district Coronie. Leuwsha schreef ook columns en artikelen voor o.a. Opzij, Esta, de Volkskrant online, HP/De Tijd en de Ware Tijd Literair. In 2015 verscheen Fansi’s stilte, een Surinaamse grootmoeder en de slavernij. Zij bezint zich in dit boek op haar familieachtergrond, de betekenis van de geschiedenis van de slavernij daarbinnen en de verhouding Suriname-Nederland.

 

Toegang: gratis
Adres: Zeeburgerdijk 19-21, 1093 SK Amsterdam
Routebeschrijving: Tram 14, 10, bus 22 vanaf Adam C.S.
Meer informatie: info@veronsur.org

Waarom schenkt Van der Laan de Stopera aan Pegida?

Toen bekend werd waar Pegida aanstaande zaterdag in Amsterdam mag demonstreren moest ik terugdenken aan 2010 toen de English Defence League naar Amsterdam kwam. De EDL wilde Wilders een hart onder de riem te steken. De racistische club ultra nationalisten wilde in de hoofdstad demonstreren tegen het feit dat Wilders terecht moest staan voor racistische uitspraken. Van der Laan was op 7 juli van 2010 aangesteld als burgemeester, nadat hij het ministerie Wonen, Wijken en Integratie had overgenomen van Ella Vogelaar, en had Lodewijk Asscher als zijn loco-burgemeester. Hoewel de EDL in hartje centrum wilde demonstreren besloot de kersverse burgemeester vanuit veiligheidsoverwegingen de groep, die in Engeland bekend staat als een club racistische hooligans, naar een afgelegen bedrijventerrein gestuurd.  Read More

Het onschadelijk maken van demonstraties door hen naar een spreekwoordelijk niemandsland te sturen is inmiddels een bekende tactiek gebleken van Van der Laan en collega burgemeesters. Tijdens de kroning van Willem Alexander in 2013 werden protestplekken aangewezen die het koningshuis zo min mogelijk tegen de haren in zou strijken. Toen een aantal daarvan afweken, op basis van gesprekken met Van der Laan, en voor het Paleis op de Dam te zien waren werden ze prompt gearresteerd. Die arrestatie probeerde de politie en de burgemeester na afloop neerbuigend met een bos bloemen goed te maken.

Tijdens de rechtszaken tegen de vergunning voor de Sinterklaasintocht beweerde Van der Laan dat hij zo ver mogelijk van inhoudelijke beoordelingen van evenementen en demonstraties vandaan blijft. Zijn batterij aan advocaten beweerden dat hij alleen op basis van openbare orde en veiligheid bepaalt of de stad een vergunning voor een evenement afgeeft en waar demonstraties gehouden mogen worden. Met de ongeregeldheden tijdens de Pegida bijeenkomsten in Utrecht zou je denken dat Pegida, net als de EDL in 2010 naar een spreekwoordelijk niemandsland gestuurd zouden worden. Niets is echter minder waar en de club is welkom voor de Stopera, het stadhuis.

Pegida wilde in eerste instantie op de Dam hun haat-toespraken organiseren maar dat werd door de gemeente verplaatst. Hoewel het een goed idee was van de gemeente om te voorkomen dat tegenover het Monument op de Dam spandoeken met NSB leuzen als ‘Eigen volk eerst’ zouden verschijnen, is de Stopera mijns inziens niet veel beter. Wat voor beeld geeft Van der Laan over Amsterdam wanneer hij Pegida de kans geeft om het stadhuis als visuele achtergrond voor hun islam-haat verhalen te gebruiken? Pegida’s boodschap van onverdraagzaamheid en uitsluiting hoort net als de pro-Wilders demonstratie tegen een kil en grauw achtergrond plaats te vinden.

Gezien Tommy Robinson, oprichter van de EDL, afgelopen oktober in Utrecht nog als spreker optrad tijdens een Pegida demonstratie zie ik niet in waarom Pegida anders behandelt moet worden dan die gevaarlijke groep racistische hooligans. Dat Pegida demonstranten er anders uitzien dan EDL leden betekent nog niet dat hun boodschap om Europa van een geloof te ontdoen, en dus ook de mensen die dat geloof belijden, minder agressief, stuitend en angstaanjagend is. Zo’n boodschap is volgens mij gewoon tegen onze anti-racisme wetgeving, maar de politie en het Openbare Ministerie schijnen alleen borden in te nemen en mensen voor fysiek geweld te arresteren. Verder verzaken ze om op te treden tegen de haat-uitspraken tijdens zulke demonstratie.

Sinds Zwart Piet heeft Van der Laan duidelijk gemaakt vrij weinig over racisme te weten, maar dat is geen excuus voor waarom zo’n demonstratie voor het raam van zijn werkkamer moet plaats te  vinden. Wat is er in die 6 jaar tussen de EDL demonstratie en deze Pegida betoging met Van der Laan gebeurd dat hij Pegida nu een plek voor de Stopera schenkt? Het lijkt erop dat ook hij in de tussentijd is geradicaliseerd.

Foto door David Everett Strickler via Unsplash

Medeplichtigheid

Ik word altijd een beetje naar wanneer schrijvers bepaalde personen ‘Tokkies’ noemen. Het is een containerterm geworden waar iedereen zogenaamd van moet weten waar het naar verwijst. Een term waarmee sommige mensen zichzelf proberen te distantiëren van een groep die volgens hen totaal anders is dan henzelf en waar zij niet in verband mee willen worden gebracht. Het is ook een term waarmee een probleem in de samenleving wordt geridiculiseerd en gebagatelliseerd en een etnische dimensie wordt meegegeven.

Maar zullen we even herinneren waar de term vandaan komt? Een gemarginaliseerd gezin met serieuze problemen dat door middel van televisie programma’s de publieke sfeer werd ingetrokken. Deze familienaam gebruiken om mensen die agressief, xenofobisch en racistisch in de publieke ruimte optreden en waarbij men het vermoeden heeft dat ze vanuit de arbeidersklasse komen, waar op dit moment de harde economische klappen vallen, is deze familie nogmaals geweld aandoen. En dan heb ik het niet alleen over de familie die op televisie te zien was, en ervoor heeft gekozen om op televisie te verschijnen, maar ook hun aanverwante familie of anderen met die achternaam.

We vergeten door de abstrahering van dat openbare ‘ongepast’ gedrag de oorzaken ervan. Wat kan variëren van psychische klachten, economische onderdrukking, politieke onverschilligheid of racisme. Dat we door het gebruiken van die term al die mogelijke oorzaken samenklonteren zonder overzicht of begrip hoe en of ze elkaar beïnvloeden doet het aanpakken van die oorzaken geen goed. Het gebruik van de term ‘Tokkie’ wordt eerder een manier om weg te kijken dan om serieus te luisteren naar wat er aan de hand is en hoe de situatie voor de slachtoffers van het gedrag en de uitdragers van dat gedrag op te lossen. Hetzelfde geldt voor het neerbuigende ‘domrechts’ en het eufemistische ‘bezorgde burgers’.

Empathie versus sensatie

De materiële realiteit achter de lancering van het concept ‘Tokkie’, hoe dat concept is los geweken van de geschiedenis van de familie Ruijmgaart-Tokkie en de buurt Slotermeer, moeten we herinneren wanneer dat woord weer eens verschijnt uit de mond of de pen van iemand die een groep probeert te beschrijven. Zeker ook als dat verschijnt in noodkreten over de stand van Nederland en hoe mensen uit gemarginaliseerde groepen zich tot het concept van Nederland verhouden. Het is dan de vraag in welk opzicht de materiële realiteit van het concept van een ‘Tokkie’ wordt erkend en meegenomen.

Toen Ingeborg Beugel in 2003, naar aanleiding van een reportage op AT5 over de familie Ruijmgaart-Tokkie, hen begon te volgen voor een documentaire deed zij dit voor de IKON. Haar reportage was een indringend en aangrijpend beeld waarin het falen van Nederland om te zorgen voor mensen aan de onderkant van de sociale, economische en culturele ladder werd ontmaskerd. Als maker was ze vaker betrokken bij het respectvol behandelen van slachtoffers, want naast alle problemen die ze zelf veroorzaakten waren de leden van de familie Ruijmgaart-Tokkie ook slachtoffers van hun omstandigheden. De IKON daarnaast is ook een omroep waar op een inclusieve manier wordt gekeken naar de samenleving. Bijna een unicum tegenwoordig in Hilversum. Hoewel anderen sensatie zochten in het leed van de familie liet Beugel empathisch een ravage zien.

Toen SBS6 de familie portretteerde, na de documentaire van Beugel, werd het door Beugel zorgvuldig opgebouwd beeld over de familie met de grond gelijk gemaakt. Het was een Discovery Channel-achtig antropologische studie geworden met de bijbehorende klinische mannelijke voice-over en aangevuld met het type Nederlandstalige muziek waar in die tijd op de nationale televisie op neergekeken werd. Dit was de periode voordat Jan Smit de TROS begon over te nemen met zijn reality soaps in 2005. Het was ook de tijd waarin niemand het had kunnen voorspellen dat André Hazes salonfähig zou worden en men het idee dat de Toppers de Amsterdam Arena konden uitverkopen keihard zou hebben weggelachen. Het concept van de ‘Tokkies’ op SBS6 sloeg zo hard aan dat de zender een vervolg maakte waarin ze in verschillende steden de probleemwijken in gingen. De empathie voor de geportretteerden was ver te zoeken in het beeld dat op tv verscheen. Ze waren eerder kijkcijfer melkkoeien.

De Volkskrant

Toen ik vanochtend de brief van Nadia Ezzeroili op de Volkskrant las en de familienaam ‘Tokkie’ tegenkwam moest ik terugdenken aan hoe het nu met de familie Ruijmgaart-Tokkie gaat. De erfenis van het verschil in hoe ze geportretteerd werden door de IKON en SBS6 en de functie van dat portret voor die zenders sprong mij weer in het oog. Hoewel Ezzeroili’s stuk gericht was aan ‘Nederland’ vroeg ik mij af waarom het niet gericht was aan de Volkskrant zelf. Waarom werden juist de rol van de berichtgeving en de invalshoeken van de Volkskrant, en andere media, buiten beschouwing gelaten in hoe ‘Nederland’ haar behandelde en over haar als Nederlandse van Marokkaanse afkomst dacht?

De droombaan waar Ezzeroili naar refereert in het stuk is bij een bedrijf dat, net zoals vele andere media outlets in Nederland, een inkomstenmodel heeft gemaakt van het vergiftigen van het Nederlands publiek debat en de houding van de etnisch dominante groep richting etnisch gemarginaliseerden. Dat het stuk ook buiten de paywall van de Volkskrant werd geplaatst liet blijken dat het waarschijnlijk oprecht gemeend stuk door de Volkskrant cynisch gebruikt wordt om views, hits en clicks te scoren.* Niet vergeten dat dit de krant is dat een anonieme schrijver ruimte bood om een van haar columnisten racistisch aan te vallen. Het is ook de krant waar de hoofdredacteur het opnam voor ‘feiten-vrije’ columns, nadat een van zijn columnisten stigmatiserende onzin over Griekenland had lopen spuien, en voor de zoveelste keer zijn knie in de nek van het anti-racisme debat plaatste.

Ik denk dat Remarque en zijn collega media bobo’s meer geweld doen aan het gevoel van in Nederland thuis horen dan het anonieme ‘Nederland’ uit Ezzeroili’s brief of de gevaarlijke meute die haar werkgever als ‘Tokkie’ probeert weg te zetten. Maar goed, je eigen medeplichtigheid benoemen, door te blijven werken bij dat soort mediabedrijven, zal waarschijnlijk niet zoveel bekijks trekken of handig voor je carrière zijn in Nederland.

* Petra Kramer heeft mij laten weten dat het stuk wel achter de paywall is geplaatst maar dat de paywall gewoon niet naar behoren functioneert.

Foto door Roman Kraft via Unsplash