White saviour industrial complex

Lodewijk Asscher en de vraag wie geschikt is om racisme te bestrijden

In het Algemeen Dagblad stond vandaag dat minister Lodewijk Asscher heeft gesproken met social media sites Twitter, Facebook en YouTube. Een interessante berichtgeving dat het heeft over indammen van racistische reacties online en over de geschiktheid van Nederlandse organisaties om in contact te brengen met die bedrijven.

Facebook, Twitter en Youtube gaan meer doen om racistische uitingen op hun Nederlandse websites te voorkomen en te verwijderen. [Minister Asscher (PvdA, Sociale Zaken)] ging onlangs met de bedrijven in gesprek om te bekijken hoe het groeinde aantal strafbare uitingen op internet  kan worden ingedamd. [Algemeen Dagblad]

Wat ik raar vind aan de berichtgeving is dat de namen van ministers Ard van der Steur, Justitie, en Ronald Plasterk, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, ontbreekt. Wanneer racisme alleen vanuit een sociaal economische invalshoek wordt bestreden, dus in commissies over werkgelegenheid zoals in ieder geval de afgelopen drie jaar is gebeurd, wordt de schade van racisme in alle facetten van het dagelijks leven verdonkeremaand.

Cosmetische ingreep

Het taalgebruik in de berichtgeving laat al zien wat er mis is met dit initiatief van de minister. Het gaat om het ‘verwijderen’ van de uitingen en het ‘indammen’ van de strafbare uitingen. Waarom niet over het straffen van de daders? Is er gesproken over de verwijdering van hun accounts? Of over het delen van informatie voor politie onderzoeken? Want waarom kan de AIVD de inboxen van Facebook profielen maandenlang observeren maar is het niet mogelijk om informatie te leveren over mensen die met naam en profielfoto racistische uitingen doen? Bij de terugkoppeling over mijn aangiftes tegen 770 racistische, bedreigende en smadelijke uitingen kreeg ik te horen dat het onderzoek mede stokte omdat Facebook en Twitter niet mee werkte.

Asscher verkoopt knollen voor citroenen omdat zijn gesprek slechts om een cosmetische ingreep gaat. Hij stelt een oplossing voor dat geen zoden aan de dijk zal zetten en slechts voor een accumulatie van data zorgt waar uiteindelijk vrij weinig mee gedaan zal worden. Op de Nederlandse versies van de websites komt er namelijk een link naar het Meldpunt Internet Discriminatie. Een overheidsdienst waar afgelopen jaar nog naar het functioneren ervan is uitgehaald in de commissievergadering over antisemitisme en discriminatie omdat bijna niemand er gebruik van maakt. En net als andere meldpunten en antidiscriminatiebureau’s heeft het geen bevoegdheid om ook op te treden en is wat dat betreft vrij nutteloos.

Dat de staat slachtoffers van racisme nog naar antidiscriminatiebureau’s en meldpunten blijft sturen is paradoxaal genoeg een manier om het probleem uit zicht te halen. De meeste rapporten die deze lokale organisaties produceren leiden niet tot wezenlijke en structurele verandering van onze racisme en discriminatie aanpak. Die rapporten verdwijnen namelijk vaak geruisloos in een la van de verantwoordelijke wethouder of minister. En de meldpunten beoordelen niet op dezelfde manier racistische bejegeningen. Dit jaar nog werd een oordeel van de College voor de Rechten van de Mens teruggefloten door een rechter. En vorig jaar kreeg ik een foto toegestuurd van het politiebureau Paardenveld in Utrecht waar een ‘We Love Zwarte Piet’ banner was opgehangen. En dit is maar om te zwijgen over de uitingen van sommige BN’ers die gevraagd worden om in antidiscriminatie spotjes te figureren.

Definities zijn belangrijk

Uit niets blijkt dat Asscher ook met de bedrijven heeft gesproken over hun definities van racisme en wanneer er een gegrond reden is om iets te verwijderen. Ik heb in ieder geval aan den lijve ondervonden dat bijvoorbeeld Facebook en Twitter een heel eigen en niet te volgen definitie van racisme en bedreiging bedrijven. Deze Amerikaanse entiteiten hebben weliswaar kantoren in Nederland, maar trekken zich niets aan van de Nederlandse wetgeving rondom racistische uitspraken. Die Nederlandse kantoren zijn er slechts om de site in het Nederlands te vertalen en lokaal advertentie ruimte te verkopen. In hun gebruiksvoorwaarden staat ook dat zij zich slechts op de Amerikaanse wetgeving beroepen. Waarom heeft Asscher het niet daarover met ze gehad? Zeker nu er een Europees precedent is dat men gegevens van Europese burgers niet op Amerikaanse servers mag plaatsen.

Om racisme op social media te bestrijden moeten we allemaal dezelfde definities hanteren van racisme en welke uitingen strafbaar zijn. Waar nodig moet er opgetreden worden om deze aan te scherpen en te verversen met nieuwe inzichten uit sociaal wetenschappelijk onderzoek en juridische precedenten. Het moet niet zo zijn dat mensen nu denken dat ons rechtssysteem er eerder op uit trekt om bijvoorbeeld Hilbrand Nawijn te beschermen tegen iemand die hem een racist noemt op Twitter dan om racistische uitingen van de achterban van Nawijn op Twitter en Nawijn in het algemeen. De desbetreffende gemeenteraadslid uit Zoetermeer is vrijgesproken, maar dat het überhaupt zover is gekomen terwijl de dossiers van slachtoffers van racisme meestal jaren blijven liggen is op zijn minst raar te noemen.

In de berichtgeving over Asschers gesprek met Facebook, Twitter en YouTube stond ook dat die bedrijven in andere Europese landen maatschappelijke partners heeft gevonden om een stevig tegengeluid tegen racisme en discriminatie te ontwikkelen. In het artikel staat vermeld dat de bedrijven die organisaties ook ondersteunen. Dat is iets wat ik moet natrekken, want voor zover ik heb kunnen constateren is er in elk land een issue met de laksheid en het ambigue optreden van deze social media bedrijven tegen racisme en discriminatie. Dus wat verstaan deze bedrijven onder ondersteuning van de strijd tegen racisme? Hoe zal Asscher toetsen dat maatschappelijke organisaties op de meest effectieve en doorslaggevende manier door deze bedrijven geholpen worden? Heeft Asscher überhaupt aangegeven hun aanpak te willen onderzoeken?

Objectiviteit en whiteness

Asscher heeft nu tegen de Tweede Kamer verteld dat er in Nederland geen geschikte maatschappelijke organisaties zijn om aan Facebook, Twitter en YouTube te koppelen. Maar wat maakt een maatschappelijke organisatie geschikt? Wat zijn de criteria die Asscher hanteert? Wanneer vertrouwt hij een maatschappelijke organisatie het contact toe dat hij nu met Facebook, Twitter en YouTube heeft? Wat verwacht hij van zo’n organisatie? Moeten ze ‘objectief’ zijn over racisme en wat er tegen gedaan kan worden?

De term ‘objectiviteit’ wordt nu niet genoemd, maar ‘geschikt’ refereert wel naar een bepaalde kundigheid. Objectiviteit wordt vaak van stal gehaald om organisaties of mensen die racisme bestrijden aan te vallen. Want men meent dat een slachtoffer van racisme niet feitelijk kan reflecteren op wat haar of hem is overkomen. Met geschiktheid lijkt Asscher hier naar te verwijzen, met andere woorden hij is op zoek naar een organisatie van iemand die of geen slachtoffer van racisme kan zijn of iemand die het dominante discours onderstreept. En het dominante discours in Nederland is dat ons systeem en beleid niet-racistisch zijn. Het probleem wordt geïndividualiseerd en ligt bij ‘de racisten’ en niet aan ons onderwijssysteem, onze rechtstaat, de inrichting van het Koninkrijk, het publieke omroepbestel en ga zo maar door. Er wordt niet gesproken over de uitsluiting die al in keuzes voor de inrichting van onze systemen ligt besloten maar slechts over individuen die uit de pas lopen met de rest van ons.

En wie in complot theorieën gelooft zou kunnen denken dat nu het antidiscriminatieproject Onderhuids is afgelopen Asscher een deur lijkt te openen voor dezelfde projectleiders om een nieuw project te lanceren. Alle lof voor wat Onderhuids heeft geprobeerd in beweging te krijgen in Nederland het afgelopen jaar, maar als je naar het personeelsbestand kijkt van de organisaties achter het project lijkt men zelf niet naar hun uitgesproken wereldbeeld te handelen. De Familie Film & TV, Critical MassDietz Dröge & van Loo en ijsfontein lijken zelf organisaties te zijn met een P&O voorkeursbeleid voor witte mensen. Dat zij al het geld bij elkaar hebben gekregen om het project te voltooien heeft natuurlijk te maken met hun kundigheid en expertise, maar waarschijnlijk ook met het feit dat sommigen van die fondsen de ‘objectiviteit’ van deze organisaties vertrouwden. Ik heb Onderhuids en de organisaties erachter daar jammer genoeg zelf nog niet over gehoord. Hierdoor dragen ook zij, goede intenties ten spijt, bij aan het normaliseren van het beeld dat een project of organisatie over anti-racisme door witte mensen geleid moet worden.

Hetzelfde vertrouwen dat de fondsen de makers van Onderhuids gaven weigert Asscher nu te geven aan al bestaande maatschappelijke organisaties die racisme aankaarten. Door het te verpakken als geschiktheid ondergraaft hij ook het feit dat door hun aanhoudende druk hij überhaupt dat gesprek met Facebook, Twitter en YouTube heeft geïnitieerd. Hij zou er niet eens over hebben nagedacht zonder dat zij aan de bel trokken over het inmiddels internationaal bekritiseerde racisme van Nederlanders online. Zijn uitspraak als minister is dan ook schadelijk voor het algemeen beeld in Nederland over deze organisaties en het belang van hun activisme voor een gezonde samenleving. Ik hoop dat Onderhuis zich dan ook distantieert van de uitspraak van de minister over de organisaties waar zij mee samenwerkte.

Vertrouwen en mouwen opstropen

Dan nog de vraag waarom nog in Asscher of überhaupt de staat een oplossing zien om racisme aan te pakken? Waarom niet volledig hen de rug toekeren en op je eigen manier uitsluiting aankaarten? Er zijn mensen die inderdaad stellen dat men volledig moet terugtrekken in de eigen gemeenschap. Voor sommigen is dat een verleidelijke boodschap en voornamelijk witte mensen lukt het ook om in etnische enclaves te blijven zitten en totaal geen contact met iemand van een andere etnische afkomst te hebben. Maar het is een onhoudbare, ongeïnformeerde en onjuiste strategie om de problemen in de samenleving aan te kaarten. Niet alleen omdat contact met andere etnische gemeenschappen gewoonweg belangrijk is voor een evenwichtig en gezond wereldbeeld, maar ook omdat je nooit vrijwillig je inspraak in gemeenschappelijke issues moet opgeven. De politiek gaat juist om gemeenschappelijke issues en politieke besluiten raken ons allemaal.

Social media zijn inmiddels onderdeel geworden van hoe de samenleving gemeenschappelijke issues aan de kaak stelt, of je dat nou wilt of niet. Er zijn geen gatekeepers zoals bij de krant of bij televisieprogramma’s waardoor iedereen evenveel ruimte kan nemen om van zich te laten horen. Jezelf daarvan onttrekken of anderen vertellen om er geen gebruik van te maken, door het racisme dat er is, is het ontkennen van de noodzaak van een veilig publiek debat waar ieders stem gehoord moet kunnen worden. Als de beveiliging van en het proces tegen Geert Wilders wat duidelijk maakt is dat we in Nederland niet alleen iedereen de veiligheid gunnen om te zeggen wat ze willen maar ook optreden wanneer ze hun boekje te buiten gaan. Nu is het zaak dat Asscher, Van der Steur en Plasterk tegen online racisme optreden en in te zien dat het niet slechts een probleem is van de slachtoffers, Facebook, Twitter en YouTube. Dit gaat om het kweken van een gezond publiek debat en daar heeft iedereen baat bij.

Foto: Neslihan Gunaydin via Stocksnap.io

Comments

comments