Politionele Acties, Witte Waanzin

Voor sommigen voelt het prettiger om een witte huidskleur niet te benoemen

Afgelopen weekend is de Afro-Amerikaan Walter Scott vermoord en een opiniestuk van Ancilla Tilla daarover verscheen op Joop.nl. Maar er klopte iets niet aan haar opiniestuk volgens lezer PTR die het volgende naar ons stuurde. 

 

“- Is dit een stuk om de eigen betrokkenheid te etaleren?
– Het lijkt wel alsof er bewust is gekozen om het overduidelijke raciale aspect (in het Amerikaanse politiegeweld) weg te laten.
-Nee, ik lees het vast niet goed, niet een keer benoemt ze. Oh, nou ze verwijst dan weer wél naar de slachtoffers die gemeen hadden dat ze zwart, man en ongewapend waren.
-Ok, ok, misschien moet ik mijn geliefde vragen om ‘t te lezen. Die is tenslotte wit. Kan zijn dat ik ‘t verkeerd zie.
–Ik snap het niet, wat ís dit? En vooral waarom?”

Dit waren mijn gedachten seconden na lezen van Ancilla Tilia’s artikel op Joop over hoe de witte agent Michael T. Slager de zwarte vijftiger Walter Scott vermoorde. Waarom, als we in Nederland zo gek zijn op feiten benoemen, wordt het raciale aspect zo opzichtig weggelaten? Waarom is het zo moeilijk om de vinger écht op de zere plek te leggen? Is het de witte overgevoeligheid, zoals beschreven in het stuk Why Do White People Freak Out When They’re Called Out About Race? Mag je zelfs als dit allemaal in de VS gebeurt niet aangeven dat dit geweld zijn oorsprong heeft in een diep racistisch bevoordeling van een witte huidskleur? Zijn we onszelf aan het censureren om de witte kwetsbaarheid maar te ontzien?

Ik zeg ‘we’ omdat ik tegen beter weten in, nog steeds denk en geloof dat ‘we’ uiteindelijk aan dezelfde kant van de streep staan. De goede kant. Dat de strijd om gelijkheid, rechtvaardigheid, een gezamenlijke strijd is. Een strijd waarin we van mening kunnen verschillen, maar waarin we niet bang zijn om feiten, hoe lelijk ook, onder ogen te zien. Je weet wel, de strijd voor een betere wereld, een wereld met kansen en mogelijkheden op basis van talenten en doorzettingsvermogen. Mijn verwachting van solidariteit wordt alleen wel heel vaak op de proef gesteld.

Ik moet immers dagelijks via de diverse media vernemen hoe allochtonen, vergeef me dit woord, waarmee bedoeld wordt ‘alles wat dus niet wit is’, de boventoon voeren in alle negatieve statistieken. Dan moet ik als mede-allochtoon hand in eigen boezem steken, feiten zijn feiten. Want tenslotte moet je als allochtoon waken voor het vaak toebedeelde slachtofferschap. Dat doodt elke discussie. Mijn kwetsbaarheid is nimmer in het geding, ik móet het ondergaan. Ik moet er tegen kunnen. Dat moet want het is tóch zo? Dat zeggen de cijfers, de statistieken, de feiten, de media meldt het vaak genoeg.

Maar zodra de ‘witte kwetsbaarheid’ in het geding is, wordt ras of huidskleur ineens gelijkgesteld. Zijn onwelgevallige feiten en statistieken van ondergeschikt belang.  Zijn we allen één. Zien we geen kleur. Zijn ‘we’ kleurenblind. Wordt kleur weggevaagd. Hebben we collega’s en kennissen, desnoods halen we een gezellige Surinaamse vriendin, buurvrouw of ‘ex van mijn broer met van die brede heupen die zo enorm lekker kan koken’ van stal. Doen ineens álle levens ertoe. Ja, ook die van die Marokkanen die we een kwartier geleden nog verketterden. Wat is dat toch?

Ik voel diepe teleurstelling. Wanneer steken witte mensen hand in eigen boezem? Er is een ‘we’ waarin iedereen slachtoffer is van een gewelddadige politiecultuur en een ‘we’ waarin witte agenten zwarte mensen mogen vermoorden. Gelukkig is teleurstelling een mindset en moet ik me dus niet zo aanstellen. Je kunt er immers voor kiezen om niet teleurgesteld te zijn. Toch?

Een gastbijdrage van P.T.R. | Foto: Aundre Larrow via Snapwire Snaps

Comments

comments