Koloniale Kerfstok

4 & 5 mei herdenking krijgt 130 keer zoveel subsidie als slavernijherdenking

In de NRC stond dat er 130 keer(!) zoveel aan 4 & 5 mei wordt besteed dan aan de slavernijherdenking. Anouk Eigenraam, David Röling en Nienke Venema vragen zich af waarom dat enorm verschil in subsidiëring van de slavernijherdenking en de 4&5 mei herdenkingen niet wordt aangepakt.

Het feit dat de slavernijherdenking volgens de minister thuishoort bij cultuurfondsen zegt misschien wel genoeg. Als je erover nadenkt is het bijna beledigend; alsof de herdenking van de slavernij een ‘culturele’ uiting betreft, die net als een willekeurig toneelgezelschap elk jaar zijn relevantie moet aantonen.

Wie een historische analogie wil: tijdens de systematische moord op de Nederlandse Joden stonden Nederlanders voor een groot deel aan de zijlijn. Zo niet tijdens de slavernij: Nederland speelde een zeer actieve rol in de trans-Atlantische slavenhandel via de West-Indische Compagnie (,,die VOC-mentaliteit”). Zo bezien getuigt het van een sadistisch soort historische ironie om de slavernijherdenking uit te besteden via een wedstrijd bij de subsidieverdelers van het Mondriaan Fonds. Het laat zich raden wat er zou gebeuren als de minister dat zou proberen met de Nationale Dodenherdenking. [NRC]

Wat wel opgemerkt moet worden is dat in tijden van grootschalige onderdrukking dat sommigen expliciet treft, staat niemand aan de zijlijn. We moeten ook niet vergeten dat velen geld ontvingen voor het verraadden van waar Joodse Nederlanders of mensen van het verzet ondergedoken waren. Daarnaast moeten we de historische overeenkomst, namelijk de bereidheid om een groep mensen als ongelijkwaardig te zien en te behandelen, niet vergeten.

Een vraag die men kan opwerpen is waarom het 4 & 5 Mei Comité, dat zich de laatste jaren meer focust op het begrip vrijheid, zich niet nadrukkelijk in de discussie over het slavernijverleden heeft gemengd. Waar blijft de solidariteit of het aanbieden van expertise hoe je een dergelijke robuuste erfgoed organisatie opbouwt? De stilte van erfgoed instanties en onderzoeksinstanties omtrent het volledig financieel uitkleden van de sector dat zich bezighield met ons koloniaal en slavernijverleden was opmerkelijk.

Belangrijk om te weten is dat in de jaren tachtig toen de aandacht voor de herdenking sterk terug liep de regering ingreep met de oprichting van het Comite in 1987. Nu hebben we meer aandacht dan ooit voor de slavernijherdenking en blijft een volledige acceptie uit. Het is duidelijk dat er een sterke politieke lobby noodzakelijk is om een herdenking, wat niet meer weg te denken is uit de Nederlandse cultuur, te realiseren. Kunnen we zoiets verwachten van politici als Tanja Jadnanansing, onderwijswoordvoerder van de PvdA in de Tweede Kamer en van Surinaamse en Arubaanse komaf? Of moeten we juist kijken naar wie het verschil maakt als het op diversiteitsvraagstukken aankomt?

Photo: Dutch heraldic sign at entry of Elmina Castle (Ghana 2005) via Photopin (license)

Comments

comments

1 Comment

  1. Pingback: Van der Laan is voornamelijk boos op zichzelf | ROET IN HET ETEN

Comments are closed.