Column, Sociaal Schadelijk Nieuws

Satire, ontheiligen en pesten

Jonathan van het Reve schreef vorige week zaterdag in de Volkskrant dat de bespotting van een geloof moet kunnen als het geloof door anderhalf miljard mensen wordt beleden. Hij probeert satire ook te reduceren tot ontheiligen. In mijn ogen gaat satire juist om het opboksen tegen de gevestigde orde en die aan te vallen. Wie wordt aangevallen en wie valt aan als het gaat om ‘islamhaat’, ook beter bekend als ‘islam-kritiek’? Van het Reve stelt dat afbeeldingen die voorstellen de profeet Mohammed af te beelden per definitie interessant zijn omdat hij zoveel volgelingen heeft. Volgens Van het Reve, die weet dat voorstellingen van die profeet ongewenst zijn, ontheilig je de figuur hiermee en bereik je het hoogst haalbare van satire.

Mijns inziens werkt satire juist wanneer het volledig het machtige iets dat het aanvalt begrijpt en het onderwerp tot de puntjes uitkleedt. Van het Reve probeert een machtige groep voor te stellen door alle mensen die een variant op het islamitisch geloof belijden bij elkaar op te tellen. Hij roept zo een beeld op van een gigantische groep mensen die het allemaal met elkaar eens zijn. Een geheimzinnige collectie die vanuit de schaduwen de wereld hun wil opleggen als het ware een gelovige versie van de Bilderberg groep. Dat is een door angst aangedreven voorstelling van de werkelijkheid.

De positie van moslims
Het is een ontkenning van de precaire situatie van de groep moslims die in Europa woonachtig zijn, en aanhangers zijn van verschillende stromingen, om hen tot de machtige mensen in Westerse samenlevingen te rekenen. Hun aantallen zijn helemaal niet zo veel zoals Van het Reve ons wil doen geloven. The Economist liet na de aanvallen feilloos zien dat de perceptie van de grootte van de groep niet eens in de buurt komt van de werkelijke hoeveelheid in Europese landen. Het is vele maler kleiner en kwetsbaarder dan men voordoet. Het beeld van een miljard mensen die het op het Westen gemunt hebben, of zelfs een paar honderd miljoen, is een gevaarlijke en paranoïde omdraaiing van de historische realiteit. Het Westen is er keer op keer  uitgetrokken om andere delen van de wereld structureel te destabiliseren voor eigen gewin. Van Afrika en het vermoorden van Patrice Lumumba op 17 januari 1961 tot Zuid Amerika en het vermoorden van Salvador Allende op 11 september 1973 om maar twee voorbeelden te noemen.

Moslims zitten vaker dan niet in de lage sociale en economische klasse van Europese landen. Vanwege het werk waardoor velen naar Europa kwamen belanden zij niet in de circuits van het geld en macht, maar in de fabrieken en mijnen. Veel eerste generatie arbeidsmigranten die islamitisch zijn en naar Nederland zijn gekomen zijn fysiek helemaal afgestompt door dat zware werk en zitten in de WAO. Een WAO, waar ze recht op hebben door hun sociale afdrachten, die nu door achtereenvolgende kabinetten van Rutte wordt aangevallen. Recentelijk nog heeft Lodewijk Asscher, met een meerderheid van de Tweede Kamer, een verdrag met Marokko opgezegd om het uitgekeerde bedrag te kunnen verlagen van mensen die in Marokko van hun oude dag genieten. Was de aanval op die oudjes niet erg genoeg heeft het CBS becijfert dat de werkeloosheidscijfers onder Nederlandse jongeren van Marokkaanse en Turkse komaf 4 tot 5 keer hoger is dan onder witte autochtone jongeren. Dit is een groep dat inmiddels zelfs voor de geboorte racistische bejegend wordt zoals een recentelijke aanval op ‘islamitische baarmoeders’ door de PVV vanuit de Tweede Kamer liet zien. Moslims zullen hun hele leven te maken hebben met mensen die hen uitsluiten en anderen die de oorzaak van die uitsluiting bij hen zullen neerleggen en niet het racisme van de mensen die hen uitsluiten.

Deze precaire situatie maakte het ook mogelijk dat islamofobische aanvallen salonfähig konden worden de afgelopen jaren. De meeste waren teveel bezig met simpelweg overleven dan wat er op redacties over hen besproken werd. Met een werkelijk machtige groep was islamhaat niet een alledaags verschijnsel geworden. Een machtige groep had het niet zover laten komen dat gefrustreerde mensen fysiek en dodelijk geweld zouden gebruiken om de aantasting van een zogenaamde groepseer te wreken. Een machtige groep heeft inspraak in de beeldvorming van de natie en voorkomt een uitsluiting van die beeldvorming. Tot dusver is het islamitische gelovigen, deze zogenaamde machtige groep, niet gelukt om zich als wezenlijk onderdeel van onze natie, of een ander Westers land, te presenteren. Zelfs in dit stuk lijkt het alsof ik hen presenteer als een groep dat buiten de Nederlandse samenleving staat terwijl dat gewoonweg niet waar is. Het zijn klasgenoten, winkelbediendes, dichters, managers, studenten, ondernemers, kunstenaars, familieleden; kortom mensen die Nederland thuis noemen en wie niemand nog als buitenstaanders zou moeten voorstellen.

Geloof en geopolitieke binding
Het mikpunt van de satirische aanvallen op moslims wordt niet begrepen als Van het Reve stelt dat de macht van moslims wereldwijd in het aanbidden van dingen en mensen zit. Mohammed ontheiligen door hem haast scheldend een ‘baardpoppetje’ noemen, zoals Van het Reve in het stuk ook doet, is een van de manieren waarop de kracht om mensen aan dat geloof te binden niet herkend wordt. Het is een uitermate oppervlakkige kijk naar het concept van geloof als geankerd in dingen en objecten. Het is een verdere verwijdering van deze groep uit de beeldvorming van de samenleving door de bindingskracht van het geloven in wat in de Koran staat te reduceren tot hetgeen wat wij als buitenstaanders waarnemen en denken te herkennen in de rituelen en praktijken van dat geloof.

Dat is ook waarom het soort satire dat Van het Reve ophemelt nooit ofte nimmer het geuite beoogde effect zal hebben: gelovigen van hun geloof stoten. Geloof draait om het gevoel dat men ontleent uit gedeelde en gezamenlijke rituelen en praktijken. De rituelen en praktijken zelf zijn vaak al bestaande culturele gebruiken of het gevolg van arbitrair gekozen handelingen wiens noodzaak voor het belijden van het geloof vaak achteraf getheoretiseerd zijn als het ware onderdeel van geopolitieke binding over landsgrenzen heen. De vrees voor geopolitieke binding is een spiegelbeeld van Westers koloniaal beleid waarbij christelijke zendelingen een belangrijke rol speelden. In de ogen van velen hier is elke moslim een islamitische zendeling dat alles om zich heen zal proberen te bekeren voor de machthebbers thuis. Maar er is geen ander thuis dan hier. Het gevoel van thuis keer op keer bevragen wordt langzamerhand een self fulfilling prophey waardoor mensen zich ook vervreemden van het enige thuis dat ze kennen.

Luisteren naar interne kritiek
Het probleem met pogingen tot ontheiliging door het Westen, van geloven wiens voornaamste volgers zich niet in het Westen bevinden, is dat het een uitwerking is van het idee dat wij in het Westen andermans culturen zomaar kunnen toe-eigenen voor de uiting van onze ideeën over een seculiere samenleving. Als je zo nodig mensen wil overtuigen dat een geloofsboek niet als letterlijke handleiding gebruikt hoeft te worden getuigt het van superioriteitswaanzin om te geloven dat ze naar je zullen willen luisteren nadat je ze eerst hebt geschoffeerd met je satire. Die schoffering is ook tweevoud omdat het compleet voorbij gaat aan eeuwen interne discussie en verzet tegen de versmalling van de interpretatie van geloofsboeken. Net als bij de Torah en de Bijbel zijn er genoeg mensen met diepe interne kennis van de Koran die genuanceerde kritische kanttekeningen plaatsen. Waarom vinden wij het belangrijker om dat soort kennisproductie structureel en institutioneel te negeren en jan en alleman die zich een arabist noemt een podium te bieden?

Gelovig zijn betekent niet dat het denkvermogen ergens in een hoek is achtergelaten. Gelovigen zoeken antwoorden voor hoe te leven en hoe om te gaan met de wereld om hen heen. Voor velen is het geloof tegenwoordig een houvast in een wereld dat steeds meer ontdaan wordt van houvasten en collectiviteiten. Veel mensen die kracht putten uit een geloof proberen dat geloof voor zichzelf te verbeteren zoals feministische islamitische theologen dat doen. Die leggen zich niet neer bij de schadelijke interpretaties van het boek. Zij erkennen meer dan anderen dat de uitspraak ‘het is goed zo’ berust op een ontkenning van het eigen vermogen. Door je vijandig op te stellen tegenover geloof an sich verlies je uit het oog dat juist onverdraagzaamheid en uitsluiting de vijanden zijn. We moeten daarom ook niet bang zijn om geweld aangedreven door superioriteitswaanzin gemijnd uit interpretaties van een boek, zoals bijvoorbeeld Geert Wilders’ Marked for Death, te benoemen en aan te pakken.

Eigen volk eerst
We moeten erkennen dat de aandacht voor religie, zoals Wilders met zijn ‘minder minder’ oproep heeft laten zien, een manier is om bedekt over raciale kwesties en uitsluiting te spreken. In het geval van Wilders zagen we hoe het mikpunt van zijn hoon in publieke uitspraken in de loop der jaren van islam naar moslims naar Marokkanen was afgleden naarmate het sociaal klimaat dat toeliet. We moeten niet vergeten dat zijn eerste claim to fame zijn verwijdering uit de VVD was voor neerbuigende en beledigende uitspraken over Turkije. Een machtige NATO bondgenoot, dat het hoogst aantal journalisten ter wereld in de gevangenis gooit en meeliep in Parijs voor de vrijheid van meningsuiting. Het is een geopolitieke bondgenoot dat niet geschoffeerd mag worden. Toen laatst Bert Koenders voor het eerst als minister van buitenlandse zaken in Turkije was werd de Nederlandse journalist Frederike Geerdink opgepakt. Een dag later Mehmet Ülger. Een niet zo subtiele vertoning van macht richting de Nederlandse minister om alvast duidelijk te maken wat zijn reikwijdte in Turkse interne aangelegenheden zal zijn.

Zo ook is de relatie tussen Saudi Arabië en Nederland. De trol-achtige stickeractie van Wilders rondom de Saudische vlag in 2013 heeft het Nederlands bedrijfsleven naar schatting miljarden gekost. Iets wat de minister van Defensie dit jaar hoogstpersoonlijk met het aangekondigde bezoek aan een wapenbeurs in Saudi Arabië, qua financiële schade ietwat ongedaan zal proberen te maken. Wilders had er in 2013 voor kunnen kiezen om de moslims die onder het regime gebukt gaan te steunen door de handelsrelatie tussen Nederland en dat land aan te spreken. Maar nee. Hij koos om het ultraconservatieve Wahabisme te vervlakken en islam in zijn algemeenheid aan te vallen. Zijn doelstelling was niet om de leiders duidelijk te maken dat er wat moest veranderen maar om de moslims hier in Nederland te beledigen. Zijn satirische sticker actie volgde ook de lijn van zijn gehele politieke visie: eigen volk eerst.

Satire gebruiken om racisme te bedrijven gaat voorbij aan de functie van satire als gereedschap om machthebbers aan te pakken. Dus laten we inderdaad kijken wie in Nederland de machthebbers zijn. Waar blijft de satirische weergave van de hoofdredacteur van het links weekblad de Groene Amsterdammer Xandra Schutte die het geluid van Theodor Holman en Bart Schut een legitimiteit blijft bieden? Of van de hoofdredacteur van de Telegraaf Sjuul Paradijs die doodleuk op de bank bij Eva Jinek vertelde dat hij niet het volledige verhaal aan zijn lezers wil presenteren? Of van Alexander Pechtold die onderwijs prees als een manier om ongelijkheid te bestrijden op de dag dat hij een studieschuldstelsel steunde waarmee de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter zal worden? Of van onze minister-president Mark Rutte die in 2003 als staatssecretaris rassendiscriminatie bedreef en de toekomstige institutionele aanval op minderheden vanuit zijn twee kabinetten toen al had aangekondigd? Satire dat de zwakkeren in de samenleving op de korrel neemt is geen satire maar gewoon pesten en zoals we weten is zelfs Henk Westbroek tegen pesten.

 

Foto: Birds Ducks Seagulls van Patryk Sobczak via StockSnap.io

Comments

comments