Financiële Dictatuur
Leave a comment

Subsidies en de kunstenaar als moreel leider in Nederland

medium_4905154326

Foto: FaceMePLS

Bart Schut bewijst met zijn stukje juist het gelijk van Nzume. Het stukje is met zoveel stereotypen doordrenkt dat ik zelfs heel even sarcasme vermoedde. Maar helaas, niets is minder waar, volgens Schut wordt belastinggeld alleen door witte mannen opgehoest en ontvangen door bruine mensen.  Ook zijn volgens Schut de daders van de overval (twee jongens met een Georgische achtergrond en een met een Turkse) ineens “niet wit”.

Zoals gewoonlijk met dit soort types liegen ze er lustig op los, hij legt Nzume woorden in de mond die ze nooit zou gebruiken en als klap op de vuurpijl koppelt hij, een rustig en gefundeerd betoog, aan een laffe roofmoord.

Goed bezig Bart.

 

Het is dat Randy Snoyl wat over Bart Schut’s tekst zegt anders hadden we er zelf niks mee gedaan. Institutioneel racisme en witte privileges zijn de onderwerpen van de discussie en wij geven geen legitimiteit aan mensen die alleen met hun onderbuik aan de discussie willen meedoen.

Waar we wel op reageren is Snoyl’s opmerking over belastinggeld en subsidies. Schut’s opmerking over subsidie was wellicht gekoppeld aan de huidskleur van Anousha en mij, maar ging ook over de rol van de kunstenaar in de samenleving.

De aanval op kunstenaars en het subsidie verhaal blijft maar terugkomen in deze discussie. Kunst maken en verbeelding inzetten voor de creatie van iets nieuws of de reflectie op het huidige wordt niet als waardevol werk gezien. Maar wat Schut en anderen die subsidies in het gesprek blijven gooien dus wel opmerken is dat tot nu toe het eigenlijk kunstenaars zijn die moreel leiderschap hebben getoond en hebben aangegeven dat er wat moet veranderen in Nederland. Van Anousha tot Marc Marie, van Anouk tot Typhoon en van Freek de Jonge tot Quinsy.

Het incident met Freek de Jonge bij Pauw & Witteman liet zien hoe neerbuigend men tegen kunstenaars kan zijn. Yernaz Ramautarsing, een student en schrijver voor de ultra-rechtse De Dagelijkse Standaard, gaat compleet voorbij aan het neo-liberaal beleid waarmee het huidig hoger onderwijs nu wordt gevormd in zijn betoging over de naar zijn mening linkse inhoud van het studiemateriaal, maar wil wel Freek de Jonge als dom-links neerzetten. Zijn eigen rammelend verhaal maskeert hij liever met een voorliefde voor een economische filosofie waarvan al is bewezen dat het niet werkt en een aanval op een kunstenaar wiens werk in positieve zin meer heeft betekent voor de Nederlandse samenleving dan de filosofie van Ayn Rand ooit zal kunnen.

En Rita Verdonk, die even uit de vergetelheid werd gehaald, haakte daar op in met haar ‘vertel eens een grapje’ opmerking waarmee ze De Jonge reduceerde tot een moppentappende trekpop. Ook Anouk werd gereduceerd tot een lappenpop dat altijd paraat moet staan om anderen te vermaken. Haar eigen gezondheid be damned volgens een aantal van de mensen die boos waren op het feit dat ze ziek was en niet kon optreden. Hetzelfde overkwam DJ Benny Rodrigues die zich in de Zwarte Pieten discussie mengde en het aan de stok kreeg met zijn zogenaamde fans. Hij was geen mens met een mening maar moest z’n mond dicht houden en gewoon plaatjes draaien.

Schut als schrijver zet zichzelf neer als iemand die er eigenlijk niet toe doet in de samenleving en dat is dan weer wel een pijnlijk zelfbeeld dat hij koestert. Dat kunstenaars afhankelijk kunnen zijn van de samenleving voor hun welzijn is kennelijk iets waar op neergekken moet worden. Het is salonfähig geworden om hun werk aan meetbare resultaten te koppelen en dus hun bestaan als onderdeel van de samenleving te ondergraven. De kunstenaar is nu het mikpunt van spot en wordt van alle kanten aangepakt.

En dat terwijl we juist nu het bestaan van kunstenaars moeten behoeden van het vrije-markt denken dat alleen het populaire of financieel gunstige tot in den treure reproduceert en bang is voor ethische innovatie (totdat ze op de feiten wordt gedrukt). Met het huidige kunst sector beleid worden kunstenaars dan ook in een dienende rol voor de vrije-markt economie geduwd. Het verweer bijvoorbeeld op de subsidiëring van kunstenaars die in het buitenland voet aan de grond proberen te krijgen, was dan ook dat ze meegingen met handelsmissies. Dat argument geeft legitimiteit aan het idee dat kunstenaars die de economie dienen okay zijn en de rest niet. Daar moeten we vanaf.

Snoyl probeert het subsidie verhaal van Schut ook te pareren door Anousha’s CV te presenteren, maar dat hoefde eigenlijk niet en geeft alleen maar meer legitimiteit aan de aanval op kunstenaars. Dit gaat niet om Anousha’s CV, maar om de spiegel die ze Nederland heeft voorgehouden. Doordat Schut haar ongelijk wil bewijzen door alleen op de kunstenaar te spelen geeft hij eigenlijk al aan dat zijn argumenten hol, oppervlakkig en in dit geval obsceen zijn.

 

[Krapuul]

 

Comments

comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *