Column, Uitzending

Als ik eens als Nederlander gezien werd…

We moeten er dit jaar weer aan geloven. We moeten met zijn allen het tweehonderdjarig bestaan van het Koninkrijk der Nederlanden gaan vieren. Festiviteiten alom. En met Erben Wennemars en Albert Verlinde in het comité kun je je borst nat maken: dat wordt feesten. Instinctief negeer ik dit soort evenementen en voel me niet aangesproken iets te gaan ‘vieren’. Toch is het goed hier langer bij stil te staan. Ik vraag me namelijk af hoe wij als postkoloniale migranten – dus de derde generatie Indo’s, Surinamers, Antillianen, Papoea’s en Molukkers – ons moeten verhouden ten opzichte van dit koninkrijk. Juist de daden uit naam van dit ‘Nederlandse Koninkrijk’ hebben ervoor gezorgd dat wij een geschiedenis delen, een koloniale geschiedenis, en daarmee delen wij ook een postkoloniaal heden.

Ter verduidelijking: het Nederlandse Koninkrijk is een soevereine staat die momenteel uit vier landen bestaat, namelijk Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten (met Saba, Sint Eustatius en Bonaire als bijzondere gemeentes). Het is dus niet zo dat het Nederlands Koninkrijk een landje is in West-Europa. Nee, het zit ook gewoon nog steeds in Centraal-Amerika. Zoals het een paar decennia geleden nog in Latijns-Amerika en Azië zat.

Dit jubileumfeestje werd honderd jaar geleden ook al in Nederlands-Indië gevierd. Ook toén had niet iedereen daar zo’n zin in. De Indonesische, of “inlandse” (toen de officiële Nederlandse term voor de oorspronkelijke bevolking) Soewardi Soerjaningrat voelde er weinig voor. Hij schreef in reactie op de georganiseerde festiviteiten een essay met de titel Als ik eens Nederlander was…

In dit essay verweet hij Nederland hypocrisie, aangezien het de eigen vrijheid ging lopen vieren, terwijl het zelf een land bezette en bovendien de oorspronkelijke bevolking als derderangs burger behandelde. Hij besloot zijn betoog met: ‘Neen, voorwaar, als ik Nederlander was, ik zou nimmer zulk jubileum willen vieren, hier in een door ons overheerst land. Eérst dat geknechte volk zijn vrijheid geven, dan pas onze eigen vrijheid herdenken.’

Indonesië heeft zich ondanks alle tegenwerking van Nederland uiteindelijk los weten te maken van de Nederlandse overheersing. En wat een prijs hebben ze hier voor moeten betalen! Zoals dus Nederlands-Indië, Suriname en Papoea deel uitmaakten van het Nederlands koninkrijk, vallen Aruba, Curaçao en Sint Maarten hier nog steeds onder. De kolonies, de slavenhandel, de niet nagekomen beloftes aan de Molukkers: deze bladzijden vormen samen voor een belangrijk deel de tweehonderdjarige geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden.

Oké, maar wat moeten wij hier nu mee? Hoe moet je, als persoon wiens geschiedenis is bepaald door het Nederlands kolonialisme, je opstellen ten opzichte van dit Koninkrijk? Allereerst is het belangrijk je te realiseren dat als jouw roots in een van die hierboven genoemde gebieden liggen, je een gemeenschappelijke koloniale geschiedenis deelt met de andere postkoloniale mensen uit die gebieden. We zitten in één en het hetzelfde postkoloniale schuitje. Je deelt een gemeenschappelijk heden. We zijn waarschijnlijk allemaal ‘Nederlanders’ volgens ons paspoort, maar dat houdt echter nog niet in dat wij als derde generatie postkoloniale migranten als Nederlanders gezien geworden.

Als ik eens Nederlander was… is de titel die Soewardi koos voor zijn essay. Als ik nu een essay zou schrijven dan zou ik het de titel Als ik eens als Nederlander gezien werd… geven. Want ondanks het feit dat ik een Nederlands paspoort heb en allebei mijn ouders in Amsterdam geboren zijn, wordt mij dagelijks gevraagd: ‘Waar kom je vandaan?’ Oftewel: leg mij uit wat jij bent, want vanwege jouw uiterlijk heb jij mij iets uit te leggen. Zo lang wij niet als Nederlander gezien worden, zo lang het Nederlandse Koninkrijk andere landen bezet en mensen op basis van hun kleur buitensluit, zie ik niet in welke vrijheid er voor mij te vieren valt. Ik stel voor: vermijd feestjes ter ere van het Koninkrijk en verenigt u met de andere postkoloniale migranten.

 

Sarah Klerks (1986) schrijft als freelancer voor het weblog Indisch 3.0. Ze is geinteresseerd in het koloniaal verleden van Nederland en de invloed hiervan op de huidige maatschappij. Ze is een derde generatie Indo en houdt zich bezig met Nederlands-Indie, de Indische cultuur, feminisme en bewustwording rondom racisme.

Comments

comments